Waarborgen ademalcoholonderzoek (ademanalyse/ademtest)

Het alcoholonderzoek kan plaatsvinden in de vorm van een ademanalyse en een bloedproef. Het alcoholonderzoek is met strikte waarborgen omkleed.  De procedure rond de ademanalyse nauwkeurig omschreven in artikel 163 WVW en het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer en de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (in werking getreden per 1 juli 2017).

> Overzicht wettelijke regelingen alcoholonderzoek

Bevel medewerking ademanalyse

In het geval van voldoende verdenking voor rijden onder invloed van alcohol, volgt een bevel medewerking ademanalyse door een opsporingsambtenaar. De verdenking kan worden gebaseerd op de indicatie bij het voorlopige alcoholonderzoek op straat en/of de vaststelling dat voldaan is aan de Trias alcoholica. Het bevel brengt een medewerkingsplicht mee voor de verdachte o.a. om ademlucht in de apparatuur te blazen alsmede aanwijzingen die de opsporingsambtenaar aan hem geeft op te volgen, zoals het meegaan naar de plaats waar de ademanalyse plaatsvindt.

De vraag of er een bevel is afgegeven tot medewerking aan de ademanalyse zal met name relevant zijn voor de vraag of een verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een weigering van medewerking aan het alcoholonderzoek.

Het bevel medewerking ademanalyse wordt door een opsporingsambtenaar aan een bestuurder van een voertuig gegeven. Het bevel moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Onvoldoende is een verzoek om ‘even te blijven wachten’ (HR 12 september 2006, NJ 2006, 564).

Procedure alcoholonderzoek - Ademanalyse

De procedure van de ademanalyse dient te verlopen volgens een vast stramien Hierbij gelden bijzondere eisen en voorschriften die in acht genomen moeten worden. Deze zijn o.a. vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

Artikel 10 bevat de uitvoeringsvoorschriften die bij een ademonderzoek naar het gebruik van alcohol in acht moeten worden genomen en de waarborgen die in dat kader van toepassing zijn. Materieel zijn die voorschriften en waarborgen gelijk aan de voorschriften en waarborgen die in de artikelen 3 tot en met 9 van het voormalige 'Besluit alcoholonderzoeken' waren opgenomen.

Inhoudelijk is het dus een samenvoeging van de artikelen 3 tot en met 9 van het oude Besluit alcoholonderzoeken, met dien verstande dat de eisen die aan het ademanalyseapparaat zullen worden gesteld, niet deels in het onderhavige besluit zijn neergelegd, zoals wel het geval was in het Besluit alcoholonderzoeken, en deels in een ministeriële regeling. De reden daarvoor is dat deze eisen sinds de vorming van de nationale politie onderdeel uitmaken van de aanbestedingsprocedure die tot de aanschaf van het ademanalyseapparaat moet leiden dat de Minister van Veiligheid en Justitie uiteindelijk bij ministeriële regeling zal aanwijzen. Tegen die achtergrond is het overbodig om die eisen ook nog eens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te leggen. Dit laat onverlet dat het voor de bestuurders die ervan worden verdacht met een te hoog alcoholpromillage aan het verkeer te hebben deelgenomen, duidelijk moet zijn welke eisen aan het ademanalyseapparaat gesteld zijn en dat die eisen voor hen raadpleegbaar dienen te zijn. Daarom worden die eisen met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit op de websites van de nationale politie en het openbaar ministerie geplaatst.

> Procedure ademanalyse en resultaat

Wanneer ademanalyse?

Het ademonderzoek wordt in beginsel verricht als het voorlopig ademonderzoek indiceert dat het alcoholgehalte in de adem van degene die aan dat onderzoek is onderworpen geweest, hoger is dan 220 ug/l/ voor normaal bestuurders en 88 ug/l/ voor beginnend bestuurders. Het ademonderzoek fungeert anders dan het geval is met het voorlopig ademonderzoek niet als voorselectiemiddel, maar – sinds jaar en dag – als wettig bewijs voor het strafbaar gebruik van alcohol in het weg-, scheepvaart-, spoor- en luchtverkeer.

Wie moet meewerken aan de ademanalyse?

Onder het begrip verdachte van artikel 10 van het Besluit valt alleen de persoon die daadwerkelijk als bestuurder kan worden aangemerkt.  Daaronder valt niet degene die aanstalten maakt een voertuig te gaan besturen. Die persoon kan, indien het voorlopig ademonderzoek indiceert dat hij onder invloed van alcohol verkeert, niet gevraagd of verplicht worden mee te werken aan een ademonderzoek. Dat volgt uit artikel 163 van de WVW 1994.

> Meer informatie begrip bestuurder

De meewerkplicht wil zeggen dat de verdachte voldoende ademlucht in het ademanalyseapparaat blaast, d.w.z. een zodanige hoeveelheid ademlucht dat voor een voltooid onderzoek nodig is (HR 2 juni 1992, NJ 1992, 733).


Eisen ademanalyse / alcoholonderzoek / blaastest

Aan de ademanalyse worden verschillende eisen gesteld. Deze eisen heten ook wel de waarborgen waarmee het alcoholonderzoek is omkleed. Indien een of meer strikte waarborgen niet zijn nageleefd is geen sprake van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid WVW 1994 en mag het resultaat van de ademanalyse niet voor het bewijs worden gebruikt. Dan kan vrijspraak het gevolg zijn. (HR 22 mei 2012, NJ 2012, 350 en HR 11 oktober 2011, NJ 2011, 486) omdat artikel 359a Sv niet van toepassing is.

> Overzicht waarborgen ademtest

20 minuten-regeling

De ademanalyse op het politiebureau of in een speciale alcoholbus mag niet plaatsvinden binnen twintig minuten na het tijdstip waarop de verdachte is gevorderd om zijn medewerking te verlenen aan een blaastest. Is er geen vordering gedaan, dan gaat het om een termijn van 20 minuten na het eerste directe contact, leidend tot de verdenking van rijden onder invloed. Bepalend is het moment van aanvang van de ademanalyse, welk tijdstip kan worden vastgesteld bij het eerste nulpuntresultaat.

> Zie: gevolgen schending 20-minuten-termijn

Goedgekeurd ademanalyseapparaat

Het ademanalyseapparaat dient goedgekeurd te zijn. Deze goedkeuring is telkens voor een bepaalde periode. Gecontroleerd dient te worden of het ademanalyseapparaat op het tijdstip van het ademalcoholonderzoek was goedgekeurd. De procedure rondom de goedkeuring is weer opgenomen in een aparte ministeriële regeling.

Bevoegde politieagent

Waar vroeger het Besluit alcoholonderzoeken in artikel 7 als eis vermelde dat de verbalisant door de korpschef moet zijn aangewezen voor de bediening van het ademanalyseapparaat en daartoe - na het volgen van een speciale opleiding - moet beschikken over de benodigde certificaten, lijkt die harde eis in het huidige Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer te zijn losgelaten. Artikel 10 van het Besluit spreekt alleen over een opsporingsambtenaar die het ademanalyseapparaat moet bedienen. Toch menen wij dat deze opleidingseis uiteraard nog steeds geldt voor de politieagenten.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 20 december 1994  (VR 1995/95) overwogen dat het nageleefd zijn van dit  voorschrift, behoort tot de strikte waarborgen waarmee het  onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, in  verbinding met artikel 163, eerste en tweede lid, van de  Wegenverkeerswet 1994 is omkleed.
In zijn arrest van 1 april 2003  (VR 2003/72) heeft de Hoge Raad bovendien overwogen dat een verdachte die  medewerking weigert aan een ademonderzoek, weliswaar geen beroep  toekomt op een verweer dat het bepaalde in artikel 7, eerste lid,  van het Besluit alcoholonderzoeken niet zou zijn nageleefd, maar dat dat anders is als de weigering tot medewerking daarop is  gegrond dat het ademanalyse-apparaat niet wordt bediend door een  daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.

In zijn arrest van 1 april 2003 heeft de Hoge Raad in  zijn algemeenheid overwogen dat de strekking van artikel 7,  eerste lid, van het Besluit alcoholonderzoeken is om de juistheid  te waarborgen van het resultaat van een ademanalyse. Maar waarop  heeft de Hoge Raad dan het oog? Voor het waarborgen van de  juistheid van het resultaat van de ademanalyse is de formele  aanwijzing als zodanig niet van belang. Het zwaartepunt voor die  waarborg zit in het tweede lid van artikel 7. Dat bepaalt dat  slechts kan worden aangewezen de opsporingsambtenaar die getoond  heeft de voor het bedienen van het ademanalyse-apparaat benodigde  kennis en vaardigheden te bezitten. Dat is de waarborg voor de  juistheid van het resultaat van de ademanalyse. In de artikelsgewijze toelichting bij het  oorspronkelijke Besluit alcoholonderzoeken (Staatsblad 1987/432)  staat hierover het volgende:

Het gebruik van ademanalyseapparaten voor bewijsgaring  stelt specifieke eisen aan het personeel dat de apparaten moet  bedienen. Aangezien het hier een voor de toepassing van de Wet  essentiële opsporingshandeling betreft, is bepaald dat alleen  opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek  van Strafvordering kunnen optreden. Daarnaast is voorzien in een  uitdrukkelijke aanwijzing door de betrokken politiechef of  brigadecommandant van een ambtenaar die de benodigde kennis en  vaardigheden bezit om met het door hem te bedienen apparaat om te  gaan. Hiertoe zijn binnen de politie verschillende opleidingen in  het leven geroepen. Voorshands ligt het niet in de bedoeling ter  zake nadere regels te stellen. Het derde lid biedt echter de  mogelijkheid om daartoe zo nodig over te gaan.

De nadruk ligt dus op hoedanigheid, kennis en vaardigheden  van de bedienaar van het ademanalyseapparaat. Om deze kennis en vaardigheden te controleren kan certificaat worden opgevraagd (HR 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7952).

Ademticket bij procesdossier

Artikel 10 Besluit alcoholonderzoeken houdt in dat het resultaat van een geslaagd ademonderzoek aan het dossier dient te worden toegevoegd. Deze bepaling strekt ertoe controle op de juistheid van het resultaat van een ademanalyse en de procedure die daarbij is gevolgd mogelijk te maken. Deze controle is slechts van belang wanneer de verdachte wordt vervolgd ter zake van het rijden onder invloed. Bij de vaststelling van het alcoholgehalte in de adem is immers vereist dat de wettelijke procedure is gevolgd. Wanneer een dergelijke vervolging geen sprake is, maar de verdachte wordt vervolgd wegens het weigeren van een ademonderzoek, komt de verdachte geen beroep toe op het verweer dat artikel 10 van voornoemd Besluit niet is nageleefd (ECLI:NL:GHAMS:2016:986).

Weigeren ademanalyse

Als bestuurder bent u verplicht medewerking te verlenen aan de ademanalyse. U mag in beginsel niet weigeren. Het is dus niet zo dat u mag vragen om een bloedonderzoek in plaats van een ademanalyse. Het bloedonderzoek kan pas gevraagd worden bij wijze van tegenonderzoek, nadat de ademanalyse is voltooid, en dit heeft geleid tot een resultaat (een ademalcoholgehalte, uitgedrukt in microgram per uitgeademde liter lucht; ug/l). Wel is het zo dat de politie de medewerking aan de ademanalyse expliciet moet vorderen. Een verzoek om mee te werken is niet voldoende!

Een weigering van de ademanalyse heeft verstrekkende gevolgen. Een weigering wordt gelijkgesteld met een alcoholgehalte in schaal 9: 866 - 945  µg/l of 2,01 - 2.15 8‰. Dit komt volgens de oriëntatiepunten neer op een geldboete van € 1.000,00 en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden. Daarnaast zal het CBR u verplichten tot deelname aan een EMA-cursus, of bij recidive aan een onderzoek naar de rijgeschiktheid.

N.B. Iemand die alleen aanstalten heeft gemaakt om te gaan rijden, maar niet daadwerkelijk heeft gereden, is niet verplicht om te blazen.

> Meer informatie weigeren ademanalyse

Alleen wanneer u wegens bijzondere geneeskundige redenen niet in staat  bent om te blazen, kunt u medewerking aan de ademanalyse weigeren. In dat geval moet u een bloedonderzoek ondergaan.
Vereist is wel dat u de bijzondere geneeskundige redenen op duidelijke en ondubbelzinnige wijze aan de politieagent kenbaar maakt (HR 30 juni 1992, NJ 1993, 10 en HR 17 augustus 2004, NJ 2004, 550). Indien u, als verdachte, voor de weigering een beroep doet op  een bijzondere geneeskundige reden, dan zal de politieagent een arts moeten inschakelen, tenzij het beroep hem aanstonds ongerechtvaardigd voorkomt. Alleen plausibele geneeskundige redenen kunnen slagen!
Van bijzondere geneeskundige redenen is ook sprake indien de verdachte op medische gronden niet in staat is zijn medewerking te verlenen aan een op de daartoe aangewezen plaats te houden ademanalyse (HR 14 maart 2006, NJ 2006, 207).

Mededeling resultaat ademanalyse

De verbalisant is sinds 1 juli 2017 verplicht om het resultaat van de ademanalyse onmiddellijk na het voltooien van de ademanalyse aan de verdachte mede te delen. Deze verplichting volgt uit artikel 11 lid 2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, waarin het volgende is bepaald:

"Indien het ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in de adem van de verdachte hoger is dan op grond van artikel 8, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, (..) is toegestaan, vermeldt de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal."
I
n lid 2 van dit artikel is hierover expliciet bepaald:
"De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het ademonderzoek direct aan de verdachte mede (..)"

Deze mededeling moet plaatsvinden in een voor de verdachte begrijpelijke taal, ook met het oog op de mogelijkheid tot het vragen om een tegenonderzoek (LJN: BM4412, Hoge Raad, 21 september 2010).

Indien het resultaat niet is medegedeeld, dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting.

Tegenonderzoek

Ingevolge artikel 11, tweede lid,  Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer moet de verbalisant voortaan de verdachte wijzen op het recht om een tegenonderzoek te laten verrichten.

"De opsporingsambtenaar deelt het resultaat van het ademonderzoek direct aan de verdachte mede en wijst hem,(..) erop dat hij het recht op tegenonderzoek heeft."

Over het tegenonderzoek bepaalt het besluit het volgende:
"Het tegenonderzoek geschiedt door middel van een bloedonderzoek. De artikelen 12 tot en met 17 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. de verdachte direct nadat hij op het recht op tegenonderzoek is gewezen aan de opsporingsambtenaar kenbaar dient te maken dat hij van dat recht gebruikmaakt, en het bloed van de verdachte direct daarna wordt afgenomen, en
b. de bloedafname van de verdachte voor zijn rekening geschiedt en niet wordt gedaan dan nadat hij daarvoor aan de organisatie waarbij de opsporingsambtenaar werkzaam is en die voor de bloedafname zorgdraagt, een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag heeft betaald."

Toelichting:
Indien de uitslag van een ademonderzoek het vermoeden bevestigt dat het alcoholgehalte in de adem van de verdachte bestuurder hoger is dan wettelijk is toegestaan, kan hij die uitslag bestrijden door gebruik te maken van zijn recht op tegenonderzoek. Dat dient hij op grond van het derde lid van artikel 11 direct te doen nadat de opsporingsambtenaar hem op dit recht heeft gewezen. De reden daarvoor is dat het tegenonderzoek op grond van dat artikellid door middel van een bloedonderzoek geschiedt en het bloed zo snel mogelijk van hem dient te worden afgenomen omdat indien dat pas na verloop van tijd gebeurt de hoeveelheid alcohol in zijn bloed is afgenomen of verdwenen. Directe bloedafname is bovendien van belang om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid alcohol in zijn bloed gelijk is aan de hoeveelheid alcohol in de eerder – in het kader van het ademonderzoek – afgenomen adem. Als de hoeveelheden door het tijdsverloop zouden verschillen, zou het bloedonderzoek ten onrechte een voor de verdachte gunstigere uitslag kunnen opleveren dan het ademonderzoek. Dat het bloed direct van de verdachte dient te worden afgenomen, betekent niet dat er geen tijd is om een arts of verpleegkundige op te roepen om het bloed af te nemen. Die tijd is er wel. Met directe bloedafname wordt bedoeld dat er geen uren of dagen over heen mogen gaan voordat bij de verdachte bloed wordt afgenomen. De bloedafname dient binnen een redelijke termijn te gebeuren opdat de verdachte niet onnodig van zijn vrijheid wordt beroofd.

Voor het bloedonderzoek gelden speciale regels. Een arts zal - in het bijzijn van een politieagent - bloed van u afnemen. U moet daar toestemming voor geven. De bloedafname kan pas plaatsvinden wanneer er minimaal een uur is verstreken vanaf het eerste contact op straat.

Gevolgen wij niet naleven waarborgen alcoholonderzoek

Bij niet-naleving van een of meerdere van de hiervoor vermelde voorschriften mag het resultaat van de ademanalyse niet worden gebruikt voor het bewijs. De officier zal dan niet concreet alcoholgehalte kunnen bewijzen.
De politie zal echter bij fouten altijd proberen of een eventueel proces-verbaal terzake artikel 8 lid 1 WVW1994 op te maken. Dat is het geval wanneer er sprake iwanneer de verdachte weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik van de alcohol - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, en dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden