Schending 20-minuten termijn; gevolgen

De zogenaamde 20-minuten termijn is een van de strenge waarborgen waarmee het alcoholonderzoek is omkleed. De eis dat er minimaal 20 minuten moeten zitten tussen de eerste vordering om te blazen op straat en het latere alcoholonderzoek op het politiebureau is opgenomen in artikel 10 lid 2 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer:

"2. Het ademonderzoek wordt niet eerder verricht dan twintig minuten nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan het voorlopig ademonderzoek of, indien die vordering niet is gedaan, binnen twintig minuten na het eerste contact tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte dat aanleiding was om de verdachte te bevelen zijn medewerking te verlenen aan het ademonderzoek."

Wanneer deze termijn niet in acht is genomen, kan niet langer gesproken worden over een geldig resultaat van de ademanalyse, en mag dat resultaat om die reden niet voor het bewijs worden gebruikt.

Aanvang en einde 20-minuten-termijn

Als beginpunt van de 20-minuten-termijn geldt het moment waarop de verdachte is gevorderd (hieronder valt ook het vragen of verzoeken!) zijn medewerking te verlenen aan de voorlopige ademanalyse op straat en, subsidiair, voor het geval die vordering niet is gedaan, geldt het moment van eerste contact als aanvangstermijn voor de 20-minuten-termijn.

Als eindpunt van de 20-minuten-termijn geldt het eerste tijdstip dat vermeld staat op het analyserapport (de uitslag van de ademanalyse, ook wel het ademticket genoemd).

Tussen beide tijdstippen moet 20 minuten verlopen zijn. Dus in feite moet er in ieder geval 21 minuten tussen zitten! Als de vordering voorlopige ademanalyse om 12.30u is geweest en de ademanalyse om 12.50u is afgenomen, is dat niet met zekerheid vast te stellen, en dient vrijspraak te volgen.

Achtergrond 20-minuten-termijn

De gedachte achter deze voorwaarde is dat de analyse niet wordt 'vervuild' doordat er nog resten alcohol in de mond van de verdachte aanwezig zijn, vgl. Dijkstra en Van der Neut, a.w., p. 158.
Aan de naleving van dit voorschrift houdt de Hoge Raad streng de hand. Zie voor een voorbeeld HR 28 juni 1994, VR 1994, 189.

Gevolg schending 20-minuten-termijn

Het voorschrift van de 20-minuten-termijn dient strikt te worden nageleefd. Wanneer de strikte waarborgen waarmee het alcoholonderzoek is omkleed, niet is nagekomen, heeft dit tot gevolg dat er niet gesproken kan worden van een 'onderzoek' in de zin van art. 8 WVW 1994.  In dit verband merkt A-G Leijten in zijn conclusie voor HR 17 juni 1986, VR 1986, 140, NJ 1987, 152 op dat het stelsel van strikte waarborgen "zijn oorzaak (vindt) in de verregaande inbreuk op de persoonlijke vrijheid en ... ten doel (heeft) zoveel als menselijkerwijs mogelijk is fouten en onvolkomenheden die ten nadele van de verdachte strekken uit te schakelen".

Gaat het om een regeling die beoogt de betrouwbaarheid van de uitkomst van het onderzoek te garanderen, zoals de 20 minutentermijn en de eis dat het apparaat moet zijn goedgekeurd, dan is onderzoek naar de inbreuk op het geschonden belang onmogelijk, omdat niet valt te verifiëren wat het meetresultaat zou zijn geweest als de 20 minutentermijn wel was nageleefd of het apparaat wel was goedgekeurd. Het onderzoek kan immers niet worden herhaald. Anders is dit bij voorschriften waarbij wel achteraf kan worden onderzocht of de schending mogelijkerwijs heeft geleid tot twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de uitkomst van het onderzoek dan wel een benadeling van de belangen van de verdachte.

 

 

< Terug naar Meer informatie rijden onder invloed
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden