Dexamfetamine in bloedonderzoek politie niet zichtbaar
Geplaatst op: 05 maart 2026Amfetamine komt niet voor in geneesmiddelen die methylfenidaat of atomoxine als werkzaam bestanddeel hebben. Het gaat dan om geneesmiddelen als Concerta, Equasym, Kinecteen, Medikinet, Ritalin, Audalis en Strattera.
Dat betekent dat de uitslag van het bloedonderzoek niet beïnvloed kan worden door het gebruik van een van die geneesmiddelen. Dat komt doordat die geneesmiddelen een andere chemische structuur hebben dan amfetamine.
Bij het gebruik van deze geneesmiddelen zal het bloedonderzoek van de politie niet positief zijn voor de andere amfetamine-achtige stoffen als MDMA, MDA, MDEA en methamfetamine.
Bij het gebruik van alleen dexamfetamine zal dit dus niet positief zijn op MDMA, MDA, MDEA en methamfetamine in het bloedonderzoek bij de politie.
Lees meer >
Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie
Geplaatst op: 28 januari 2026We horen het steeds vaker. De verdachte weigert het bloedonderzoek omdat hij een naaldenfobie heeft. Is dit een legitieme reden? Ja en nee, is daarop het antwoord. Strikt formeel, blijft de verdachte gewoon verplicht om mee te werken aan het bloedonderzoek.
Lees meer >
Bekendmaking uitslag bloedonderzoek had naar GBA-adres in Polen gestuurd kunnen worden
Geplaatst op: 28 september 2025In de zaak van HR, 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:643 ging het om de vraag of de uitslag van het bloedonderzoek naar een adres in Polen moet worden gestuurd als de verdachte geen in Nederland bekend woonadres meer heeft. De Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend:
“Van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994 is slechts sprake als waarborgen zijn nageleefd waarmee wetgever dat onderzoek met oog op betrouwbaarheid van resultaten daarvan heeft omringd (vgl. HR:2020:1684). Voorschrift van art. 17 Besluit dat verdachte schriftelijk in kennis wordt gesteld van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek, betreft strikte waarborg (vgl. HR:2021:1793). Uit ‘s hofs vaststellingen volgt dat (i) verdachte bij zijn aanhouding dan wel bij zijn verhoor door politie geen adres heeft opgegeven waar uitslag van bloedonderzoek naartoe kon worden gestuurd, (ii) verdachte niet in kennis is gesteld van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek maar dat is volstaan met kennisgeving die was gericht aan adres onbekend, en (iii) reden voor het achterwege laten van kennisgeving aan verdachte erin was gelegen dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft in Nederland. Hof heeft o.g.v. deze vaststellingen geoordeeld dat omstandigheid dat kennisgeving de verdachte niet heeft bereikt, niet eraan in de weg staat dat sprake is van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994, omdat het aan verdachte is te wijten dat hij zich niet heeft laten inschrijven in BRP en hij ook niet bij politie adresgegevens heeft opgegeven. Art. 17 Besluit vereist dat opsporingsambtenaar de verdachte schriftelijk in kennis stelt van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek. Dit voorschrift waarborgt o.m. dat verdachte gebruik kan maken van recht op tegenonderzoek op moment dat afgenomen bloed daarvoor nog beschikbaar is. In het geval dat door verdachte geen adres is opgegeven waaraan kennisgeving kan worden gedaan, maar opsporingsambtenaar door raadpleging van BRP-gegevens wel actueel adres van verdachte kan achterhalen, moet kennisgeving naar dat adres worden verzonden. Nu uit stukken blijkt dat van verdachte op moment dat politie het resultaat van bloedonderzoek ontving, in BRP een adres in Polen stond geregistreerd, heeft hof miskend dat kennisgeving naar dat adres in Polen had kunnen en moeten worden verzonden. Dat verdachte op dat moment niet was ingeschreven op adres in Nederland, leidt daarbij niet tot ander oordeel.”
Lees meer >
Schending recht op tegenonderzoek bij bloedonderzoek
Geplaatst op: 15 augustus 2025Als het recht op een tegenonderzoek is geschonden bij het een bloedonderzoek, is de consequentie altijd dat er niet gesproken kan worden van een onderzoek in de zin van artikel 8 WVW. De uitslag van het bloedonderzoek mag dan niet worden gebruikt voor het bewijs. Dit levert altijd ene vrijspraak op. Dit volgt o.a. uit HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1793.
Lees meer >
Verweer bij rijden onder invloed van lachgas
Geplaatst op: 07 juli 2025Het aantonen van lachgasgebruik blijft vooralsnog lastig omdat lachgas relatief kort detecteerbaar is in het lichaam. Momenteel loopt er vanuit de politie een onderzoek om te bezien of er een detectiemiddel ontwikkeld kan worden waarmee dat gebruik voldoende aangetoond kan worden. Een veroordeling voor het rijden onder invloed van lachgas blijkt in de praktijk echter wel mogelijk als de verdachte op heterdaad wordt betrapt op het gebruik daarvan achter het stuur. Ter illustratie kan worden gewezen op: Rechtbank Rotterdam 2 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9580, Rechtbank Noord-Holland 20 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11395, Gerechtshof Den Haag 17 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1117 en Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juni 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3940. Sinds de inwerkingtreding van het lachgasverbod op 1 januari 2023 kan overigens ook worden gehandhaafd op het bezit van lachgas (Stb. 2022, 461).