Weigering bloedonderzoek

Een bloedonderzoek mag door de verdachte worden geweigerd, maar dan alleen maar wanneer dit om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.

Een redelijke uitleg brengt mede dat een verdachte die bloedafname (lees: het bloedonderzoek) weigert omdat hij meent dat die voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, slechts dan niet in strijd met artikel 176 WVW handelt indien hij die mening op duidelijke en ondubbelzinnige wijze kenbaar maakt aan degene die hem beveelt zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en vervolgens hetzij met de bloedafname belaste arts dit oordeel overneemt, hetzij de rechter, die later oordelend, op grond van uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken feiten en omstandigheden die onwenselijkheid aannemelijk acht (vlg HR 1 december 1981, VR 1982, 14).

De volgende mededelingen worden hierbij als onvoldoende beschouwd:

  • Ik kan niet tegen prikken in mijn arm
  • ik wil niet geprikt worden
  • ik word panisch als ik geprikt word (HR NJ 1989, 367)
  • Ik ben suikerpatiënt (HR NJ 1991, 634 en HR NJ 1994, 452)
  • Ik wil eerst een arts spreken (HR 27 februari 2007, LJN: AZ4077)

> Weigering ademanalyse
> Verweren bij weigering alcoholonderzoek

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden