Rijden onder invloed van heroïne en morfine

Morfine is in artikel 3, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder c, opgenomen als afzonderlijke drug, maar ook als meetbare stof van de
drug «heroïne». Indien tijdens het bloedonderzoek blijkt dat een bestuurder meer heeft gebruikt dan de daarvoor geldende grenswaarde
van 20 microgram per liter bloed bij enkelvoudig gebruik of 10 microgram per liter bloed bij gecombineerd gebruik, zal hij wegens overtreding van
artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 worden vervolgd. Dat geldt ongeacht of de bestuurder morfine op doktersrecept als geneesmiddel
heeft gebruikt of dat bij hem morfine in het bloed aangetroffen is als gevolg van het gebruik van heroïne. Op beide categorieën bestuurders
zijn artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en de daarvoor in artikel 3 van dit besluit vastgestelde grenswaarden van toepassing. Met
die lijn wordt aangesloten bij de systematiek van artikel 8, eerste lid, van die wet op grond waarvan voor bestuurders die verdovende middelen op
doktersrecept gebruiken, ook geen uitzonderingsgrond geldt.

> Meer informatie rijden onder invloed van drugs

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden