Wanneer rijden onder invloed van drugs strafbaar?

Indien een bestuurder onder invloed van drugs heeft gereden, is dit tegenwoordig strafbaar vanaf bepaalde grenswaarden.

Rijden onder invloed van één drug

Wanneer de bestuurder met één drug aan het verkeer heeft deelgenomen, gelden de zogenaamde, in artikel 3, eerste lid, van het Besluit vastgelegde gedragsgerelateerde grenswaarden. Dat zijn grenswaarden die een relatie leggen tussen de concentratie van de gebruikte drug en het effect daarvan op de rijvaardigheid van de bestuurder. Deze grenswaarden zijn als het ware de vertaling van de relatie tussen de concentratie van de meetbare stof van een bepaalde drug in het bloed van de bestuurder en de negatieve effecten daarvan op de rijvaardigheid die voor de inwerkingtreding van de eerder aangehaalde wet van 26 september 2014 op grond
van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 diende te worden aangetoond. Vanaf dat moment kan het rijden onder invloed van drugs als strafbaar worden aangemerkt.

De gedragsgerelateerde grenswaarden zijn gelijk aan de grenswaarden die een commissie onder leiding van het Nederlands Forensisch Instituut (verder: NFI) in het Advies grenswaarden voor drugs
van 31 maart 201011 heeft voorgesteld. De vraag is of het steeds zo is dat vanaf die grenswaarde er een negatief effect op de rijvaardigheid optreedt. Dit valt in sommige gevallen te betwijfelen, want er ontstaat soms, zoals bij rijden onder invloed van cannabis, ook soms een bepaalde gewenning.

Rijden onder invloed van een drug is strafbaar vanaf de volgende grenswaarden:

Soort drugs Strafbaar rijden onder invloed van drugs (enkelvoudig gebruik)
Amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA en MDA 50 microgram per liter bloed
Cannabis 3,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed
Heroïne en morfine 20 microgram morfine per liter bloed
GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol 10 milligram GHB per liter bloed.
   

Rijden onder invloed van meerdere drugs

Bij rijden onder van meerdere drugs is strafbaar vanaf de volgende grenswaarden:

Soort drugs Strafbaar rijden onder invloed bij combinatie met andere drugs,
alcohol, of geneesmiddel
Amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA en MDA 25 microgram of 50 microgram bij gebruik combinatie amfetamine-achtige stoffen 
Cannabis 1,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed;
Heroïne en morfine 10 microgram cocaïne of morfine per liter bloed;
GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol 5,0 milligram GHB per
liter bloed;
(icm Alcohol) 0,2 milligram ethanol per milliliter bloed

Indien de bestuurder van een voertuig onder invloed van een combinatie van drugs heeft gereden of van een of meer drugs en alcohol, is op iedere drug waarvoor in artikel 3, eerste lid, een gedragsgerelateerde grenswaarde is vastgesteld, afzonderlijk en op alcohol een zogenaamde nullimiet of analytische grenswaarde van toepassing. Deze grenswaarden worden ook wel aangeduid als limits of quantitation of zerotolerancewaarden De nullimieten zijn in het tweede lid van artikel 3 neergelegd en zijn gelijk aan de nullimieten die een soortgelijke commissie als de commissie die heeft geadviseerd over de gedragsgerelateerde grenswaarden, in het Advies analytische grenswaarden voor drugs van 26 juni 201413 heeft voorgesteld. Nullimieten zijn grenswaarden waarbij er geen enkele relatie bestaat tussen de concentratie van de gebruikte drug en het effect of het risico daarvan op de verkeersveiligheid. Anders dan de naam van nullimieten doet veronderstellen, zijn deze limieten niet op nul gesteld, maar, zoals ook in artikel 8, vijfde lid, laatste volzin, van de Wegenverkeerswet 1994 is verwoord, op de laagst meetbare grenswaarden. De reden daarvoor is dat
de apparatuur waarmee gemeten wordt, geen nul kan meten en ook omdat van GHB bekend is dat het een lichaamseigen stof is die in lage concentratie in bloed kan worden gemeten.

Uitleg wanneer rijden onder invloed van drugs strafbaar

De in Nederland in het verkeer meest voorkomende drugs zijn cannabis (marihuana en hasj), heroïne, cocaïne, amfetamine, middelen die chemisch verwant zijn aan amfetaminen (zoals MDEA en MDMA) en GHB. In artikel 3 van dit besluit zijn dan ook voor deze drugs de grenswaarden vastgesteld waarboven het gebruik van deze drugs strafbaar is. Voor de amfetamine-achtige stoffen (amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA en MDA) is in artikel 3, tweede lid, onder a, een grenswaarde bepaald voor zowel de situatie dat een van die stoffen in combinatie met een niet-amfetamine-achtige stof is gebruikt, als voor de situatie dat verschillende van die stoffen gelijktijdig zijn gebruikt. Die grenswaarde ligt voor de amfetamine-achtige stof in de eerste situatie op
25 microgram. In de tweede situatie ligt de grenswaarde voor alle amfetamine-achtige stoffen tezamen op 50 microgram. Die grenswaarde geldt volgens artikel 3, eerste lid, onder a, ook in het geval waarin een amfetamine-achtige stof enkelvoudig is gebruikt. De verklaring voor het feit dat bij enkel- en meervoudig gebruik van amfetamine-achtige stoffen de grenswaarde op hetzelfde niveau ligt, is dat de concentraties van deze stoffen worden opgeteld, omdat de werking van die stoffen goed vergelijkbaar is. Voor de eveneens in artikel 3, eerste lid, onder a, genoemde stof cocaïne geldt dat niet. De werking van cocaïne kan niet worden vergeleken met de amfetamine-achtige stoffen. De grenswaarde voor die stof is gelijk aan de grenswaarde van een van de amfetamineachtige
stoffen of van de som van die stoffen en ligt dus op 50 microgram.

De hierboven genoemde grenswaarden gelden alleen in het kader van de Wegenverkeerswet 1994, dus bij rijden onder invloed van drugs in het verkeer.

> Meer informatie rijden onder invloed van drugs strafbaar

Rijden onder invloed van andere drugs

De systematiek die vastligt in artikel 8 lid 1 WVW, is nog wel van toepassing indien een bestuurder van een voertuig een nieuwe drug heeft gebruikt die niet in artikel 2 van het besluit is aangewezen en waarvoor in artikel 3 van het Besluit nog niet de gedragsgerelateerde grenswaarde en nullimiet zijn vastgesteld. Dat is het rijden onder invloed van die drugs strafbaar indien de drug of  combinatie van drugs een negatief effect voor de verkeersveiligheid heeft.
Vervolgens zal worden bekeken of uit de statistische onderzoeksgegevens van verschillende laboratoria blijkt dat van die drug steeds vaker bij bloedonderzoek meetbare stoffen worden aangetroffen. Als dat het geval is, zullen deskundigen van het NFI in samenwerking met andere deskundigen uit binnen- en buitenland voor die drug de gedragsgerelateerde grenswaarde bepalen voor de situatie dat die drug enkelvoudig wordt gebruikt en de nullimiet voor het geval die drug in combinatie met een of meer andere drugs of met alcohol wordt gebruikt.

Rijden onder invloed van alcohol strafbaar

Voor enkelvoudig gebruik van alcohol is in artikel 3, eerste lid, geen grenswaarde opgenomen waarboven het besturen of doen besturen van een voertuig niet is toegestaan. Dat is niet gebeurd omdat daarvoor de grenswaarden uit artikel 8, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 gelden. Voor de ervaren bestuurder ligt die grenswaarde ingevolge artikel 8, tweede lid, bij een ademalcoholgehalte dat hoger ligt dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of een bloedalcoholgehalte dat hoger ligt dan 0,5 promille. Voor de beginnende bestuurder ligt de
grens blijkens artikel 8, derde lid, bij een ademalcoholgehalte dat hoger ligt dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht of een bloedalcoholgehalte dat hoger ligt dan 0,2 promille. Deze grens geldt ingevolge artikel 8, vierde lid, ook voor de bestuurder van een motorrijtuig die zonder rijbewijs een motorrijtuig bestuurt voor het besturen waarvan een rijbewijs vereist is.

> Meer informatie rijden onder invloed van alcohol

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden