Beoordelingskader gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW)

Gevaarlijk rijgedrag is strafbaar gesteld in art. 5 WVW. Strafbaar is gesteld om zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Strekking gevaarlijk rijgedrag

Het artikel dat gevaarlijk rijgedrag strafbaar stelt, strekt ter bescherming van de verkeersveiligheid.  Het artikel richt zich tot een ieder die het verkeer op de weg negatief kan beïnvloeden. De kwalificatie "gevaarlijk rijgedrag" dekt in zoverre niet de volledige lading van het artikel, hoewel art. 5 WVW het vaakst wordt gebruikt om gevaarlijk rijgedrag te bestraffen. Het artikel richt zich echter ook tot voetgangers die gevaar op de weg veroorzaken door plotseling over te steken, tot personen die bepaalde voorwerpen op de weg leggen, en zelfs tot de boer die zijn hooi verbrandt in de buurt van de openbare weg, waardoor het zicht door de rook wordt belemmerd. 

Gevaar

Gevaar in de zin van artikel 5 WVW ziet op de veiligheid op de weg. Het moet gaan om het veroorzaken van een evident gevaarlijke verkeerssituatie. Het gevaar kan betrekking hebben op goederen en personen.
Art. 5 WVW spreekt van het veroorzaken van gevaar op de weg, of dat gevaar kan worden veroorzaakt. In geval van een ongeval of een aanrijding, als gevolg van een door u gemaakte verkeersfout, is meestal wel sprake (geweest) van een verkeersgevaarlijke situatie. Het ongeval is hiervan het ultieme bewijs. Maar ook in het geval van een bijna-ongeval kan sprake zijn van een verkeersgevaarlijke situatie. 

In de toelichting bij art. 5 WVW staat dat niet iedere schending van de verkeersveiligheid tot gevolg moet hebben dat er gevaar op de weg is veroorzaakt. In het hedendaagse verkeer zijn lichte vormen van gevaar immers niet te verhinderen. Het moet dus gaan om een evident gevaarlijk (rij)gedrag.

In een uitspraak van 31 maart 2010 heeft het gerechtshof Leeuwarden (ECLI:NL:GHLEE:2010:BL9694) een algemene overweging gegeven over de eisen die gesteld worden aan een bewezenverklaring van artikel 5 WVW: 

"Bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde gedraging kan worden aangemerkt als gevaarzettend in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft als uitgangspunt te gelden dat het er om gaat dat de verweten gedraging - in het licht van alle omstandigheden van het geval - in concreto gevaar oplevert voor de veiligheid op de weg en wel in die zin dat er een reële mogelijkheid van schade voor personen en/of goederen wordt gecreëerd."

Hinder 

Ook het (kunnen) veroorzaken van hun hinder op de weg is strafbaar gesteld in art. 5 WVW, hoewel we in de praktijk niet vaak voorbeelden hiervan zien. Voor wat betreft de hinder ziet art. 5 WVW uitsluitend op de meest vergaande vorm van de aantasting van de doorstroming. Het gaat om het daadwerkelijk belemmeren van de vrijheid van het verkeer. Hinder dient echter ruimer opgevat te worden dan alleen het belemmeren van de doorstroming. Ook door andere handelingen kan hinder worden veroorzaakt.

 

 

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden