Wanneer wordt rijbewijs ongeldig bij recidiveregeling 123b WVW
Wij krijgen vaak de vraag wanneer het rijbewijs ongeldig wordt bij het tweede strafpunt, na rijden onder invloed, of weigering. Dit heet ook wel de ongeldigverklaring vanwege de recidiveregeling van artikel 123b WVW.
In de wet lezen we:
Artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994, voor zover van toepassing in de onderhavige zaak:
Lid 1: Onverminderd de artikelen 123, eerste lid, en 123a verliest een rijbewijs zijn geldigheid voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid, indien de houder bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, is veroordeeld wegens overtreding van:
(…)
e. artikel 163, tweede, zesde of zevende lid,
een en ander voor zover ten tijde van het begaan van het strafbare feit nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de houder als bestuurder van een motorrijtuig onherroepelijk is veroordeeld wegens overtreding van (onderstreping, het hof)
(…)
3°. artikel 163, tweede, zesde of zevende lid.
Lid 5: Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
Aldus is het zo dat op basis van de wettelijke bepaling het rijbewijs ongeldig wordt na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak.
Ook uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel betreffende deze recidiveregeling kan worden afgeleid dat het moment waarop de recidiveperiode begint te lopen het moment is waarop de veroordeling onherroepelijk wordt.
Onherroepelijkheid op datum betekening vonnis
Wanneer op de zitting geen afstand is gedaan van het recht om in hoger beroep te gaan, is de datum van onherroepelijkheid gelegen op 14 dagen na de zitting, tenzij de verdachte niet bekend was met de zitting. Dan is bepalend 14 dagen na de datum van betekening van het vonnis.
Ook bij buitenlandse rijbewijzen
Op grond van artikel 123b lid 1 WVW 1994 verliest een rijbewijs van rechtswege zijn geldigheid als aan de in die bepaling gestelde voorwaarden is voldaan. Daarvan is, kort gezegd, sprake bij recidive van verkeersdelicten die met middelengebruik verband houden. Het verlies van de geldigheid van het rijbewijs is daarbij het directe gevolg van het onherroepelijk worden van een tweede veroordeling voor zo’n delict dat is begaan binnen de in artikel 123b lid 1 WVW 1994 genoemde periode van vijf jaren. (Vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2350.) Dit betekent dat de geldigheid van het rijbewijs verloren gaat op het moment dat die tweede veroordeling onherroepelijk wordt. Het kan, zoals uit artikel 123b lid 5 WVW 1994 volgt, ook gaan om het verlies van de geldigheid van een rijbewijs dat door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland is afgegeven, als de houder daarvan in Nederland woonachtig is. Van dit woonachtig zijn in Nederland moet eveneens sprake zijn op het moment dat de tweede veroordeling onherroepelijk wordt.
< Terug naar Meer informatie rijden onder invloed
< Terug naar Meer informatie rijden tijdens ontzegging