Veroordeling art. 6 WVW bij voorrangsfout

 

Voetganger is lang genoeg zichtbaar geweest

Hoge Raad, 25 januari 2011, LJN: BO2595
De voetgangster [slachtoffer] heeft zich op het zebrapad van de Posthumalaan begeven toen de verdachte op de Veemstraat vaart verminderde vóór de haaientanden bij de kruising met de Posthumalaan en zijn auto zich op een afstand van ongeveer 40 meter van haar vandaan bevond. De verdachte is daarna ineens hard opgetrokken en is linksaf de Posthumalaan ingedraaid. Hij heeft niet dan wel te laat opgemerkt dat [slachtoffer] doende was de Posthumalaan op het zebrapad - van zijn kant gezien - van rechts naar links over te steken. De verdachte kon [slachtoffer], die de oversteekplaats reeds voor de helft was overgestoken, niet meer ontwijken en is met zijn auto tegen haar aangereden. De verdachte heeft aan [slachtoffer] verklaard dat de ruiten van zijn auto beslagen waren en dat hij haar daardoor niet goed had gezien.
In aanmerking genomen hetgeen het Hof aldus heeft vastgesteld omtrent de tijd gedurende welke het latere slachtoffer op het zebrapad voor de verdachte zichtbaar is geweest en hij haar dus moet hebben kunnen waarnemen, omtrent de manier van rijden van de verdachte in deze verkeerssituatie en omtrent hetgeen hij tegenover [slachtoffer] over de oorzaak van het ongeval heeft verklaard, heeft het Hof de bewezenverklaarde schuld uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd

Niet goed gekeken alvorens kruispunt op te rijden

LJN: BY5958, Rechtbank Zutphen, 12 december 2012
Gelet op de aangehaalde getuigenverklaringen, de conclusies uit de VerkeersOngevalsAnalyse en de geneeskundige verklaringen is de rechtbank van oordeel dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW draagt aan de aanrijding tussen de door haar bestuurde Volkswagen Golf en de Opel Astra alsmede het taxibusje. Zij heeft ondanks de aanwezigheid van een voorrangsbord en haaientanden op de Langeboomsestraat - die ingevolge artikel 80 RVV gebieden voorrang te verlenen aan verkeer op de Terborgseweg - ten onrechte geen voorrang verleend aan de bestuurder van de Opel Astra.
Een ieder die een gelijkwaardige kruising nadert, moet zijn snelheid zo aanpassen dat hij voldoende tijd heeft om zich er van te kunnen vergewissen dat er geen verkeer van rechts komt en om zonodig zijn voertuig nog voor die kruising te kunnen stoppen. Weliswaar is niet onaanemelijk dat verdachte haar snelheid heeft gematigd en (bijna) tot stilstand is gekomen toen zij de kruising naderde, daar staat tegenover dat zij de kruising vervolgens naar eigen zeggen met volle vaart is opgereden, hetgeen bevestiging vindt in de verklaring van Van den Bosch. Verdachte heeft consequent verklaard dat zij de Opel Astra niet heeft waargenomen voordat haar personenauto ermee in aanrijding kwam. Dit noopt tot de conclusie dat verdachte niet of slechts onoplettend naar rechts heeft gekeken alvorens de kruising op te rijden doch ook op het moment dat zij reeds op de kruising reed. Ook een tijdelijke onoplettendheid als in het onderhavige geval levert schuld op als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (vgl. HR 17 februari 2009, VR 2009/102).

Geen voorrang gegeven; snelheid moeten aanpassen; schuld 6 WVW

LJN: BG9142, Hoge Raad, 21 april 2009
Schuld i.d.z.v art. 6 WVW 1994. Verdachte is met een trekker met oplegger een voorrangskruising opgereden zonder voorrang te verlenen aan een van links komend personenbusje. Met zijn overweging dat verdachte het personenbusje voorrang had moeten geven en om die reden zijn snelheid had moeten aanpassen, heeft het Hof niet alleen tot uitdrukking gebracht dat verdachte ten onrechte geen voorrang heeft verleend aan het naderende personenbusje, maar ook dat hij bij het naderen van het kruispunt – ongeacht de vraag of er verkeer van links kwam en of hij dat had gezien – gegeven de omstandigheden ter plaatse en het feit dat hij een trekker met oplegger bestuurde een lagere snelheid had dienen aan te houden en die snelheid had dienen aan te passen aan de mogelijkheid van van links komend verkeer. Dat oordeel is onjuist, noch onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders.

 

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden