Invordering bij vermist, verloren of gestolen rijbewijs

Indien zich een van deze gevallen voordoet, wordt aangenomen dat er sprake is van een fictieve “invordering”. Hoewel er dus geen sprake is van een echte invordering, en de politie dus een proces-verbaal van vordering tot overgifte moet insturen naar het OM, wordt wat betreft de verdere procedure zo veel mogelijk aangesloten bij de werkwijze die geldt voor het geval waarin het rijbewijs daadwerkelijk is ingevorderd, dit vanwege het feit dat de verdachte in de onmogelijkheid verkeert om aan de verplichting tot overgifte van het rijbewijs te voldoen. Zolang de vordering tot overgifte geregistreerd staat in het rijbewijzenregister, geeft de gemeente immers geen nieuw rijbewijs af dat de verdachte zou kunnen inleveren. Zie artikel 112, eerste lid, aanhef en onderdeel b, WVW 1994.

Voor deze vermiste of gestolen rijbewijzen geldt het volgende:

  1. Bij zaken bestemd voor het parket CVOM (zie paragraaf 3.1.6) dient het proces-verbaal van de vordering tot overgifte, samen met het proces-verbaal van overtreding/misdrijf, binnen vijf dagen na de dag van “invordering” te zijn ontvangen door het parket CVOM. Bij zaken die niet bestemd zijn voor het parket CVOM dient het proces-verbaal van de vordering tot overgifte binnen drie dagen na de dag van “invordering” in het bezit te zijn van de officier van justitie van het arrondissementsparket.
  1. In de hiervoor onder a en c genoemde gevallen geldt als de dag van “invordering” de dag waarop de kopie van de aangifte van vermissing/diefstal c.q. de kopie van de eigen verklaring van vermissing in het bezit is gekomen van de (eenheid van de) verbalisant of – bij rechtstreekse toezending door de verdachte aan het OM – de dag waarop de kopie is ontvangen door het OM. In de hiervoor onder b en d genoemde gevallen wordt als de dag van “invordering” aangemerkt de dag waarop de verbalisant de vordering tot overgifte heeft gedaan (ervan uitgaande dat de aangifte van vermissing/diefstal c.q. de registratie van de vermissing/diefstal in het rijbewijzenregister reeds vóór die dag heeft plaatsgevonden).
  1. Binnen tien dagen na de dag van “invordering” neemt de officier van justitie een beslissing over de “inhouding” van het rijbewijs. Als de verdachte in de categorie “teruggave rijbewijs” valt (zie paragraaf 4.3), laat de officier van justitie zo spoedig mogelijk nadat het proces-verbaal van de vordering tot overgifte is ontvangen, de melding in het rijbewijzenregister vervallen.

Indien de verdachte stelt dat zijn rijbewijs vermist of gestolen is, zónder dat zich één van de hiervoor onder a t/m d genoemde situaties voordoet, zal de normale procedure gelden inhoudende dat de officier zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien dagen na de dag van invordering beslist over de inhouding van het rijbewijs.

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden