10 dagen termijn loopt pas na inleveren rijbewijs

Het is van belang onderscheid te maken tussen “de vordering tot overgifte” enerzijds en de “invordering” anderzijds. Van een invordering is pas sprake, indien het rijbewijs na de vordering tot overgifte daadwerkelijk in handen is gekomen van de opsporingsambtenaar. Het onderscheid tussen de vordering tot overgifte en de invordering is om twee redenen van belang.

  1. Ten eerste gaat de wettelijke termijn van 10 dagen waarbinnen de officier van justitie een beslissing moet nemen over de inhouding van het rijbewijs pas lopen als het rijbewijs daadwerkelijk is ingevorderd (artikel 164, zesde lid, WVW 1994).
  2. Ten tweede wordt alleen de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest, in mindering gebracht op de duur van de ontzegging van de rijbevoegdheid (artikel 179, zesde lid, WVW 1994). Deze bepalingen gelden dus niet, indien de verdachte het gevorderde rijbewijs niet heeft overhandigd en het slechts bij een vordering tot overgifte is gebleven.

 

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden