Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie
We horen het steeds vaker. De verdachte weigert het bloedonderzoek omdat hij een naaldenfobie heeft. Is dit een legitieme reden? Ja en nee, is daarop het antwoord. Strikt formeel, blijft de verdachte gewoon verplicht om mee te werken aan het bloedonderzoek.
In eerdere jurisprudentie uit 2019, voorafgaand aan de wetswijziging in 2017 staat dat een angst voor naalden over het algemeen niet als een dergelijke reden kan worden gezien (Gerechtshof Amsterdam 5 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:264.)
In een latere zaak is dit nog eens bevestigd door het gerechtshof ‘s-Hertogenbiosch (ECLI:NL:GHSHE:2023:4124).
“Het bevelen dat medewerking wordt verleend aan een bloedonderzoek kan worden gedaan in het geval van vermoeden van rijden onder invloed van alcohol dan wel van een andere stof (vgl. HR 27 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4077/NJ 2007, 156). Bij verbalisanten ontstond gelet op de henneplucht, de bloeddoorlopen ogen en de agressieve reactie op aanrakingen van de verdachte het vermoeden dat hij naast alcoholhoudende drank tevens onder invloed was van een stof als bedoeld in het eerste of vijfde lid van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. Door de verbalisanten werd besloten om op grond van artikel 163, lid 4 van de Wegenverkeerswet 1994 over te gaan tot bloedonderzoek. Daarnaar gevraagd gaf de verdachte geen toestemming tot bloedafname. Nadat hem vervolgens werd bevolen mee te werken aan het bloedonderzoek, weigerde de verdachte dit. Als reden voor de weigering gaf de verdachte op dat hij bang was voor het prikken met naalden.
De wettelijke uitzondering van artikel 163, zevende lid van de Wegenverkeeerswet 1994 op de verplichting om – na gegeven bevel daartoe – medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek op grond van die wetsbepaling, op welke uitzondering de verdediging kennelijk een beroep doet, is komen te vervallen per 15 maart 2018. Het verweer van de verdediging dat de betreffende verplichting op grond van hiervoor bedoelde uitzonderingsbepaling niet zou gelden voor de verdachte, vindt dan ook geen steun in het recht, zodat het verweer door het hof terzijde wordt geschoven.”
Hieruit kan in ieder geval worden opgemaakt dat de bepaling waar de verdediging een beroep op deed geen bestaand recht meer is.
Hierdoor blijft er alleen een mogelijkheid over op andere algemene strafuitsluitingsgronden, zoals overmacht (ECLI:NL:PHR:2025:1260). De kans van slagen is over het algemeen laag.
Het verweer kan wel worden gevoerd als strafmaatverweer of om een beroep op artikel 9a Sr (schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel) te doen. Daarvoor is wel vereist dat ook medisch komt vast te staan dat er sprake is van een naaldenfobie. Aangetoond moet minimaal worden dat u al bekend bent met een naaldenfobie, bijvoorbeeld via een verklaring van de huisarts of het overleggen van medische informatie waaruit dat volgt.
- Ten slotte heb ik nog een zaak van vorige jaar waarin:
< Terug naar Meer informatie rijden onder invloed