Wanneer wordt geoordeeld of een verdachte een aanrijding redelijkerwijs heeft moeten merken
Bij artikel 7 WVW gaat het erom dat komt vast te staan dat een verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat bij betrokken is geweest bij een aanrijding. Bij een ongeluk is dat vaak wel makkelijker vast te stellen, maar bij een kleine aanrijding bij het in- of uitparkeren is dat niet altijd zo duidelijk. De vraag is dan hoe wordt vastgesteld dat een verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat hij een aanrijding heeft gehad. Alleen dan kan iemand namelijk veroordeeld worden voor overtreding van artikel 7 WVW.
Allereerst lezen we in Tekst & commentaar bij het artikel: ‘Het bewijs van de bewustheid van de schade kan in een aantal gevallen objectiverend worden bewezen op basis van de aard en ernst van de schade. Hoe groter de schade, hoe kleiner de kans dat verdachte niet heeft gemerkt dat hij een ander voertuig heeft geraakt’.
‘Het bewijs van de bewustheid van de schade kan in een aantal gevallen objectiverend worden bewezen op basis van de aard en ernst van de schade. Hoe groter de schade, hoe kleiner de kans dat verdachte niet heeft gemerkt dat hij een ander voertuig heeft geraakt’.
Zichtbaar kijken naar ongeval
Gerechtshof Den Haag, 6 september 2018. ECLI:NL:GHDHA:2018:2711
‘Dat de verdachte vermoedde dat daardoor schade kon zijn ontstaan aan de auto van [aangeefster] volgt uit zijn verklaring dat hij en zijn echtgenote na de aanrijding uit het rechterraam van hun auto hebben gekeken om te zien of daardoor schade was ontstaan.’
Slachtoffer maakt kenbaar dat er schade is
Gerechtshof Den Haag, 6 september 2018. ECLI:NL:GHDHA:2018:2711
Uit de verklaring van aangeefster wordt duidelijk dat aangeefster foto’s heeft gemaakt van de auto van de verdachte. Hierdoor kon verdachte redelijkerwijs vermoeden dat er mogelijke schade was.
Het hof oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan art. 7 van de Wegenverkeerswet 1994. Hieruit kan afgeleid worden dat er van een verdachte verwacht kan worden een redelijk vermoeden te hebben wanneer, ten tijde van het ongeval, bijstanders of slachtoffers de schade vastleggen.
Hoorbare klap
Gerechtshof Den Haag, 22 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4196
‘maar op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat hij een ongeval had veroorzaakt, laat staan dat hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat een ander ten gevolge van een door hem veroorzaakt ongeval letsel had opgelopen. Zo blijkt niets van een hoorbare klap, schreeuw of andere omstandigheid die erop wijst dat de verdachte iets van de aanrijding gemerkt moet hebben. De verdachte behoort dan ook van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken’.
Algemene ervaringsregels
Gerechtshof Amsterdam, 19 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4381
‘Algemene ervaringsregels brengen met zich mee dat een dergelijke botsing voor de bestuurder van het aanrijdende voertuig zichtbaar en hoorbaar is. Dit brengt, behoudens bijzondere omstandigheden, mee dat de verdachte de botsing moet hebben waargenomen en hij zodoende (op zijn minst) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat hij betrokken was bij een verkeersongeval waarbij schade aan een ander was toegebracht.’
< Terug naar Meer informatie verlaten plaats ongeval