Instructie handhaving rijden onder invloed

In deze instructie worden regels gegeven voor het opsporen van rijden onder invloed van alcohol, drugs en geneesmiddelen in het wegverkeer. Het gaat om een instructie van het College van P-G.

Instructie handhaving rijden onder invloed

Vanaf 1 juli 2017 is het voor opsporingsambtenaren, zoals bedoeld in artikel 1, onder a van het Besluit mogelijk om naast de handhaving met voorlopige selectiemiddelen op alcoholgebruik in het verkeer ook met andere voorlopige selectiemiddelen, zoals de speekseltester en het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties op drugsgebruik in het wegverkeer te controleren.

Het primaat van handhaving op rijden onder invloed ligt ook na 1 juli 2017 op handhaving van alcoholgebruik. Dit betekent dat bij een ad random controle eerst het voorlopig onderzoek op alcohol plaatsvindt en dat daarna de speekseltester of de psychomotorisch onderzoek wordt ingezet. In de instructie wordt ingegaan op de controlebevoegdheden alsmede de wijze waarop een verdenking kan worden verkregen.

Strafbaarstelling rijden onder invloed

Ingevolge het bepaalde in artikel 8, vijfde lid WVW 1994, voorziet artikel 2 en 3 van het Besluit in de aanwijzing van drugs en de grenswaarden die gelden voor strafbaar gebruik van die drugs. In artikel 3 staat ook de grenswaarde zoals die geldt voor alcoholgebruik in combinatie met één of meer drugs. Artikel 8 vijfde lid WVW 1994 onderscheidt enkel- en meervoudig drugsgebruik en gecombineerd gebruik van alcohol en drugs. De grenswaarden voor meervoudig of gecombineerd gebruik zijn lager gesteld dan de grenswaarden voor enkelvoudig gebruik, omdat juist de combinatie of meervoudig gebruik een aanmerkelijk groter risico vormt voor de verkeersveiligheid dan het gebruik van één drug of alleen alcohol. Dat aanmerkelijk grotere risico komt ook tot uiting in het strafvorderingsbeleid, te weten in de richtlijn voor strafvordering rijden onder invloed.

Uitsluitend aangewezen drugs zijn voorzien van een grenswaarde. Aangewezen drugs zijn de in het verkeer in Nederland meest aangetroffen drugs, zoals amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA, MDA, cannabis, heroïne, morfine, GHB, gamma butyrolacton en 1,4 butaandiol (art. 2 Besluit). Bij enkelvoudig gebruik van deze stoffen geldt een gedragsgerelateerde grenswaarde. Daarbij is het effect van de concentratie van de gebruikte stof op de rijvaardigheid van belang. Bij meervoudig gebruik of combinatiegebruik speelt dat effect op de rijvaardigheid niet, maar geldt als uitgangspunt de analytische grenswaarde of nullimiet. Echter nul is niet meetbaar. Het komt daardoor neer op de minimaal meetbare hoeveelheid, die geldt als grenswaarde bij meervoudig- of combinatiegebruik van drugs. E.e.a. is geregeld in artikel 8, vijfde lid WVW 1994 jo artikel 3 van het Besluit.

Voor de niet in artikel 2 van het Besluit aangewezen stoffen blijft artikel 8, eerste lid WVW 1994 gelden. Weliswaar geldt daarvoor geen gedragsgerelateerde grenswaarde of nullimiet, maar die stoffen zoals geneesmiddelen kunnen ook rijgevaarlijk zijn. In het geval van een verdenking van gebruik van niet aangewezen stoffen dient d.m.v. een aanvullend bloedonderzoek een bloedanalyse aan het NFI te worden verzocht door de hulpofficier van justitie. De uitslag van de bloedanalyse wordt in dat geval in de rapportage van het NFI wegens het ontbreken van een kwantitatieve grenswaarde niet uitgedrukt in een getal, maar als ‘waarschijnlijkheidsgradatie’.

Indien uit de bloedanalyse blijkt dat zowel een strafbare niet-aangewezen stof als een aangewezen drug zijn aangetroffen, is de grondslag voor de aanpak zowel artikel 8, eerste lid WVW 1994 als artikel 8, vijfde lid van de WVW 1994. Voor de aangewezen drug geldt de nullimiet en voor de niet aangewezen drug dient te worden beoordeeld welk effect de drug had op het gedrag van de bestuurder in het verkeer. Dit laatste op grond van de ‘waarschijnlijkheidsgradatie’ zoals door het NFI verwoord in hun rapportage omtrent de bloedanalyse.

Voor geneesmiddelen is het niet mogelijk om eenduidig grenswaarden te bepalen, omdat e.e.a. afhangt van persoonlijke factoren (ziektebeeld, duur van het geneesmiddel gebruik etc.) Geneesmiddelen blijven daarom onder de strekking van artikel 8, eerste lid WVW 1994 vallen.

< Terug naar Meer informatie rijden onder invloed
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden