Aanrijding niet gemerkt – vrijspraak verlaten plaats ongeval artikel 7 WVW
In sommige zaken kan met succes als verweer worden gevoerd dat de verdachte de aanrijding niet heeft gemerkt en daardoor geen opzet had op het verlaten van de plaats van het ongeval. Dan volgt vrijspraak voor artikel 7 WVW.
Dat kan bijvoorbeeld zijn:
- wanneer het gaat om geringe schade
- wanneer u de muziek in de auto hard had staan
- wanneer u oortjes droeg met noise-cancelling
In de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, 14 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8618 ging het om een aanrijding met een voetgangster op een provinciale weg. De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet kon worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat sprake was een ongeval waarbij een persoon was gedood of letsel was toegebracht, dan wel dat hij schade aan een goed van een ander had toegebracht of dat hij iemand in hulpeloze toestand had achtergelaten. De rechtbank legt dat hieronder uit.
“De verdachte en [betrokkene] hebben verklaard dat ze over iets heen zijn gereden. Uit de verklaringen van de verdachte en [betrokkene] blijkt niet dat zij in dit verband aan een persoon hebben gedacht. Dat was ook de reden, zo hebben ze verklaard, dat ze niet direct gestopt zijn maar zijn doorgereden naar de parkeerplaats in Marken . Gelet op de feitelijke situatie op de plaats waar [slachtoffer] is aangereden zoals hiervoor onder 4.3.1 is beschreven, zijn die verklaringen niet zodanig dat die op voorhand als onaannemelijk moeten worden aangemerkt. Het was immers een Provinciale weg waar geen voetgangers of fietsers waren toegestaan. Het fietspad was gescheiden van de weg en liep op een hoger gelegen dijk. Naast de weg bevond zich een berm met hoog gras en er stonden geen huizen of gebouwen naast de weg. Het was kortom een landelijk gebied buiten de bebouwde kom. Daarbij geldt dat aan de auto geen schade te zien was die onmiskenbaar wijst op een aanrijding met een staand of lopend persoon. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij op de parkeerplaats te Marken de auto op schade heeft geïnspecteerd. Hij heeft toen (lichte) schade onderaan de rechterbumper, rechterspatscherm en de rechtermistlamp gezien. Het schadebeeld aan de voor- en onderzijde van de auto biedt volgens de rechtbank ondersteuning voor de juistheid van de verklaring van de verdachte dat hij daadwerkelijk heeft gedacht een dier te hebben aangereden. Daar komt bij dat aan een forensisch onderzoeker verkeersongevallen bij het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) de vraag is gesteld “Kan/moet je als bestuurder herkennen dat je over een mens bent gereden?”. Het antwoord op deze vraag was dat je het verschil tussen het overrijden van een hert of lam en een mens (of ander dier) vermoedelijk niet kan duiden.3 Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, hoefde de verdachte naar het oordeel van de rechtbank bij de gedachte dat hij een (wild) dier heeft overreden niet redelijkerwijs te vermoeden dat hij schade aan een (goed van een) ander heeft toegebracht.”
< Terug naar Meer informatie verlaten plaats ongeval