Verweer bij rijden onder invloed van lachgas
Het aantonen van lachgasgebruik blijft vooralsnog lastig omdat lachgas relatief kort detecteerbaar is in het lichaam. Momenteel loopt er vanuit de politie een onderzoek om te bezien of er een detectiemiddel ontwikkeld kan worden waarmee dat gebruik voldoende aangetoond kan worden. Een veroordeling voor het rijden onder invloed van lachgas blijkt in de praktijk echter wel mogelijk als de verdachte op heterdaad wordt betrapt op het gebruik daarvan achter het stuur. Ter illustratie kan worden gewezen op: Rechtbank Rotterdam 2 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9580, Rechtbank Noord-Holland 20 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11395, Gerechtshof Den Haag 17 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1117 en Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juni 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3940. Sinds de inwerkingtreding van het lachgasverbod op 1 januari 2023 kan overigens ook worden gehandhaafd op het bezit van lachgas (Stb. 2022, 461).
Toch zijn er nog veel verweren te voeren bij een verdenking van lachgas. Vaak wordt ook vervolgd op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Evenwel vergeet men dan goed onderzoek te doen. In het kader van de verdediging kan dan gekozen worden voor de volgende verweren;
- Er kan niet worden bewezen dat er lachgas, of “in elk geval een gevaarlijke stof” , in de cilinders zat.
- Er is geen onderzoek gedaan naar de inhoud van de cilinders door het NFI
- De verdachte heeft geen verklaring afgelegd over de in het voertuig aangetroffen cilinders
- Er is ook geen onderzoek gedaan naar de fabrikant van de cilinders.
- Enkele ambtshalve herkenning van de cilinders als lachgascilinders door een verbalisant is, zonder enig nader onderzoek en zonder een verklaring van de verdachte dat het lachgas betreft, volgens de verdediging onvoldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen dat zich in de cilinders lachgas bevond.
- Cilinders kunnen immers zijn gevuld met een andere substantie, eventueel nadat er eerder lachgas in heeft gezeten.
- Bij dit dossier kan hoogstens worden vastgesteld dat de verdachte cilinders in zijn bezit had waarop vermeld stond dat er lachgas in zat. Maar dat is geen strafbaar feit en evenmin het verwijt dat het openbaar ministerie hem maakt
- Daarom dient vrijspraak te volgen.. Geen onderzoek gedaan wat voor stof er in de cilinder zat zodat niet kan worden bewezen dat dit een gevaarlijke stof was.