• Eerlijke inschatting
  • Enkel ervaren verkeersstrafrechtadvocaten
  • Snelle werkwijze
  • Voordeligste tarief

Zwaar lichamelijk letsel bij artikel 6 WVW

Wat er precies onder zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 WVW moet worden verstaan blijkt uit de wet- en regelgeving en jurisprudentie.

Wet- en regelgeving

In art 82 lid 1 Sr staat: “Onder zwaar lichamelijk letsel moet worden begrepen: een ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden, en afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw” In lid 2 staat: “Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft” Dit is het wettelijk kader aan de hand waarvan in ieder geval beoordeeld moet worden of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel (of bij de poging) een aanmerkelijke kans daarop bestond.

Jurispurdentie

In de jurisprudentie is dit nader uitgewerkt. De Hoge Raad heeft bepaald dat lichamelijk letsel is als zwaar te beschouwen wanneer dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangemerkt (HR 13 maart 2001, NJ 2001, 329). Factoren die van belang zijn om uit te maken of het letsel als zwaar in de zin van de wet kan worden aangemerkt zijn de aard en ernst van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het ontbreken van uitzicht op (volledig) herstel.

Voorbeelden vrijspraak zwaar lichamelijk letsel

In de jurisprudentie zien we dat letsel niet snel als zwaar wordt beschouwd. De lat ligt hoog. Rechters zijn vaak kritisch bij de kwalificatie van het letsel, en dat is in het licht van het geschetste wettelijk kader en de jurisprudentie van de Hoge Raad naar mijn mening terecht. Zo werd in de volgende gevallen geoordeeld dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden beschouwd:

  • een gebroken neus, gekneusde ribben en blauwe ogen met bloeduitstortingen om de ogen (HR 4 februari 2003, LJN AF1941); – een gebroken neus na kopstoot (HR 25 februari 2003, LJN AF3304);
  • een afgebroken tand, een hoofdwond en gekneusde nekspieren (HR 24 juni 2003, LJN AF8655); – een neusbeenfractuur en een afgebroken stukje tand (HR 30 september 2003, LJN AI1587).
  • verminderd gehoor links en een traumatische perforatie trommelvlies en bloed in gehoorgang links en pijn tussen schouderbladen (HR 17 november 1998, NJ 1999, 151);
  • een snede in de duimmuis van de rechterhand, ongeveer 2 ? 3 cm lang en 1,5 cm diep, voorzien van scherpe randen ca. 1,5 cm lang, deze snede zou zijn genezen na het aanbrengen van hechtverband en drukverband na ongeveer tien dagen (HR 19 januari 1999, NJ 1999, 344);
  • kleine wond linkerknie voorzijde, kleine wond linker knie achterzijde, gering uitwendig bloedverlies (HR 12 oktober 1999, NJ 1999, 828); – perforatie van het trommelvlies links zonder meer (HR 1 februari 2000, LJN AA4637);
  • whiplash syndroom (zweepslag syndroom t.h.v. nek); distorsie beide knieën (HR 13 maart 2001, NJ 2001, 329);
  • het slachtoffer had erge pijn aan zijn neus, linker kaak en linkeroog; in het ziekenhuis bleek dat zijn neus en voortand gebroken waren, een kroon op dit element was noodzakelijk (HR 10 juli 2001, NJ 2001, 620; de Hoge Raad wees er op dat met name ten aanzien van de gebroken neus niets bleek omtrent aard van de breuk, eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel);
  • een gebroken neus en een gescheurde bovenlip na klap op het hoofd (HR 17 september 2002, LJN AE4197; de Hoge Raad wees er op dat noch ten aanzien van de gebroken neus noch ten aanzien van de gescheurde bovenlip iets bleek omtrent aard van de breuk onderscheidenlijk ernst van de verwonding, eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel);
  • gebroken neus, gekneusde ribben en blauwe ogen met bloeduitstortingen om de ogen (HR 4 februari 2003, LJN AF1941); – afgebroken tanden, een hoofdwond en gekneusde nekspieren (HR 24 juni 2003, LJN AF8655);
  • een neusbeenfractuur en een afgebroken stukje tand (HR 30 september 2003, LJN AI1587)
  • het slachtoffer heeft een lichte pijn in zijn gezicht; als hij zijn neus aanraakt doet het erg veel pijn; hij heeft een sneetje van 2 a 3 centimeter lang onder zijn rechteroog; er is een stukje van de rechter bovenvoortand en de tand rechts daarnaast afgebroken; tevens is een stukje van de rechter ondervoortand afgebroken; daardoor heeft hij continu een pijnlijk gevoel in zijn tanden; voorts heeft het slachtoffer een gebroken neus en een gebroken jukbeen, rechts; het slachtoffer is operatief behandeld (HR 18 mei 2004, LJN AO3454)
  • Twijfbreuk bij kind. Ander kind had gebroken middelvinger. De arm is 20 dagen in gips gezet. Geen aanzienlijke belemmering dagelijkse bezigheden (Hof Leeuwarden, 20 november 2007, NbSr 2008, 52) – Eerste en tweede graads brandwonden op rug en armen (Rechtbank Den Bosch, 25 september 2009, LJN: BJ8499)
  • Impressiefractuur hoofd, stukje bot naar binnen geslagen, Brein onbeschadigd. Wel operatie noodzakelijk. Volgens de rechtbank kan uit de medische verklaring niet worden afgeleid dat volledig herstel niet te verwachten is of langdurig zal zijn (Rechtbank Utrecht, 28 januari 2011, LJN: BP8233) – Gebroken neus, geschatte duur genezing 6 wkn – 3 mnd, en loslating achterste glasvocht membraan. Rechtbank overweegt mbt gebroken neus dat operatief ingrijpen niet noodzakelijk is geweest, en mbt oogletsel dat er alleen sprake is van een hinderlijke aandoening, maar geen ernstige vorm van invaliditeit (Rechtbank Breda, 22 februari 2011, LJN: BP5694) – Gebroken kaak door klap met koekenpan (Rechtbank Den Bosch, 22 april 2011, LJN: BQ2194) – Schotverwonding knie (Hoge Raad, 31 mei 2011, LJN: BQ0768)
  • Snijwond rechter onderarm 5 a 6 cm (Rechtbank Zwolle, 4 oktober 2011, LJN: BT8960)
  • Fractuur linker scheenbeen, meerdere ribfracturen, en avulsiefracturen aan beide knieen bij kind. Volgens de rechtbank vergt een breuk in het scheenbeen een korte herstelperiode. Voorts overweegt de rechtbank dat ribbreuken bij kinderen zelden reden zijn voor verwijzing naar het ziekenhuis, en wat betreft de avulsiefacturen stelt de rechtbank dat de langetermijngevolgen minimaal zijn of zelfs ontbreken. Letsel is daarom niet van blijvende aard (rechtbank Maastricht, 9 december 2011, LJN: BU7466)
  • Gebroken ellepijp, 6 weken gips (Rechtbank Haarlem. 26 september 2012, BY0799) T.a.v. poging
< Terug naar Meer informatie verkeersongeval door schuld
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden