Te hoge snelheid reden voor bewezenverklaring artikel 6 WVW
Een (veel) te hoge snelheid is vaak al wel voldoende reden om te komen tot een bewezenverklaring bij artikel 6 WVW, vaak ook al had de verdachte voorrang. We zien hier verschillende voorbeelden van in de jurisprudentie.
- ECLI:NL:GHSHE:2016:5097
De verdachte rijdt in het donker met veel te hoge snelheid in de bebouwde kom over een weg met oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers. Fietser steekt plotseling de weg over. Er ontstaat een aanrijding, waarbij de fietser overlijdt. De snelheid van de verdachte bedroeg 91 km/h waar 50 was toegestaan, de snelheidsovertreding was dus ongeveer gelijk aan de gemeten snelheid in uw zaak. Het hof oordeelt dat er sprake is van een aanmerkelijke verkeersfout en veroordeelt de verdachte – zonder aftrek door te lange behandeling – voor een taakstraf van 180 uur. Daarnaast een rijverbod van 12 maanden.
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3523 (cassatieberoep verworpen o.g.v. 81 RO)
Dit betreft wederom een redelijk gelijke zaak. De verdachte reed ‘s nachts over een weg en heeft een fietser aangereden. De precieze snelheid van de auto blijft onduidelijk, maar ligt in ieder geval veel hoger dan de toegestane snelheid. De indicaties liggen tussen de 30 en meer dan 55 kilometer te hard. Dit komt daardoor redelijk overeen met uw omstandigheden. Daarnaast blijft onduidelijk of het slachtoffer geen licht aanhad en of zij eventueel door rood was gereden. Bovendien overweegt het Hof “Dat [slachtoffer] mogelijk het voorlicht van haar fiets niet aan had – met welke omstandigheid overigens rekening is gehouden in het zichtonderzoek – of dat zij mogelijk door rood is gereden, doet niet af aan het feit dat het verkeersongeval aan de verdachte is te verwijten.” Het Hof stelt dat er sprake is geweest van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een rijontzegging van 2 jaar.
- ECLI:NL:RBALK:2010:BL4411
Hierbij is vastgesteld dat de verdachte met een snelheid van 20 km/h te hard heeft gereden. Daarnaast was het zicht wel deels ontnomen en had hij snelheid moeten minderen. Tevens zaten de fietsers ook fout doordat zij aan de verkeerde kant van de weg reden en overstaken. Rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag en veroordeelt de verdachte tot een werkstraf van 240 uur en een rijontzegging van 1 jaar.
- HR 17 juni 1980, NJ1980, 580; HR 25 mei 2004, Verkeersrecht 2004, 99.
Zie ook de noot van Keizer bij HR, 24-06-2008 in NJ 2008, 442 waar hij opmerkt dat “Op het verweer dat de overstekende fietsers hem in beginsel voorrang dienden te verlenen zijn Hof en Hoge Raad niet uitdrukkelijk ingegaan; het is echter vaste rechtspraak dat wie te snel rijdt er niet op mag vertrouwen dat men zijn voorrang respecteert.”
- ECLI:NL:RBOBR:2025:7693
Verdachte reed 115 waar 50 mocht. Rechtbank is van mening dat er sprake is van “zeer hoge mate van schuld”. Er is sprake van zwaar lichamelijk letsel en niet van dood, derhalve een taakstraf van 160 uur en een deels voorwaardelijke rijontzegging van 160 uur.
< Terug naar Meer informatie verkeersongeval door schuld