Minimale afstanden flitser en bord maximale snelheid / snelheidslimiet

Er gelden minimale afstanden tussen de plaats waar een lagere snelheidslimiet gaat gelden en de plaats waar de snelheidsmeting wordt uitgevoerd. Dit is geen recht, maar een beleidsregel van het Openbaar Ministerie. Justitie meent de betrokken bestuurder vanaf de plaats waar een lagere limiet gaat gelden al met de juiste snelheid behoort te rijden. De minimumafstanden die worden gehanteerd zijn echter een vorm van coulance vanuit het OM. Voor de te hanteren afstand wordt geen rekening gehouden met de maximumsnelheid die op het weggedeelte daarvoor geldt. Deze afstanden gelden ook bij de omgekeerde situatie, dus in het geval dat de maximumsnelheid verhoogd wordt. Hierbij wordt altijd uitgegaan van de geldende lagere maximumsnelheid.

De minimale afstanden tussen gebod en meetplaats zijn:

Snelheid (km/h) Snelheid (m/s) Gehanteerde afstand (meters)
15 4 40
30 8 80
50 14 140
60 17 170
70 19 190
80 22 220
90 25 250
100 28 280
120 33 330

Worden deze afstanden niet in acht genomen, dan dient de daaruit voortvloeiende boete/strafbeschikking te worden vernietigd. Een bekend voorbeeld hiervan is op de Marconilaan in Eindhoven geweest, waar 11.000 flitsbonnen ongeldig zijn verklaard. De flitspaal stond daar te dichtbij het bord waar een lagere snelheidslimiet op werd aangeduid. Bij mobiele flitsers wordt vaker deze fout gemaakt.

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden