Boordsnelheidsmeter geijkt of gekalibreerd

Indien voor de opsporing van snelheidsoverschrijdingen gebruik wordt gemaakt van de boordsnelheidsmeter van een politievoertuig schrijft de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers voor dat de boordsnelheidsmeter dient te zijn “geijkt”.

Van werkelijke ijking is echter geen sprake; de boordsnelheidsmeter wordt (slechts) gekalibreerd. Daarmee wordt bedoeld dat de systematische afwijking van de boordsnelheidsmeter bij verschillende snelheden wordt bepaald door de van die boordsnelheidsmeter afgelezen snelheden te vergelijken met die van een standaard, en dat betreft dan weer geijkte meetapparatuur. Het resultaat van die vergelijkingen wordt neergelegd in een zogeheten ijktabel.

Deze procedure gaat wederom vergezeld van meetonzekerheden die mede afhankelijk zijn van de gebruikte standaard.  Bovendien bepaalt de aanwijzing dat voor snelheden boven de 100 kilometer per uur een foutmarge van 3% (naar ik begrijp: in voor de verdachte gunstige zin) in aanmerking dient te worden genomen. Hoe deze foutmarge is bepaald maakt de aanwijzing niet duidelijk. Aangezien een foutmarge van de bij de kalibratie gebruikte meetapparatuur reeds is verwerkt in de ijktabel, moeten we aannemen dat de foutmarge van 3% betrekking heeft op de meetonzekerheden waarmee de metingen met behulp van de boordsnelheidsmeter gepaard gaan.

Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden