Meer informatie rijden onder invloed Archives - Advocaat Verkeersstrafrecht https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/advocaat-rijden-invloed-alcohol-drugs/ Tue, 05 May 2026 09:28:20 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.4 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/wp-content/uploads/2025/07/cropped-httpswww.advocaat-verkeersstrafrecht.nl_-32x32.png Meer informatie rijden onder invloed Archives - Advocaat Verkeersstrafrecht https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/advocaat-rijden-invloed-alcohol-drugs/ 32 32 Meeroken met cannabis kan nauwelijks leiden tot verhoogde THC-uitslag https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/meeroken-met-cannabis-kan-nauwelijks-leiden-tot-verhoogde-thc-uitslag/ Thu, 02 Apr 2026 12:49:40 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4442 Bij passieve blootstelling aan cannabis kunnen slechts onder zeer extreme omstandigheden meetbare concentraties worden vastgesteld, bijvoorbeeld na langdurig verblijf in een kleine, afgesloten ruimte zonder ventilatie waar intensief cannabis wordt gerookt. Zelfs in dergelijke situaties zijn de gemeten concentraties doorgaans laag en slechts zeer kortdurend aantoonbaar. Vaak zijn de bij een keuring of bloedonderzoek aangetroffen […]

The post Meeroken met cannabis kan nauwelijks leiden tot verhoogde THC-uitslag appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Bij passieve blootstelling aan cannabis kunnen slechts onder zeer extreme omstandigheden meetbare concentraties worden vastgesteld, bijvoorbeeld na langdurig verblijf in een kleine, afgesloten ruimte zonder ventilatie waar intensief cannabis wordt gerookt. Zelfs in dergelijke situaties zijn de gemeten concentraties doorgaans laag en slechts zeer kortdurend aantoonbaar. Vaak zijn de bij een keuring of bloedonderzoek aangetroffen waarde hiervoor te hoog en kan dit  op basis van de beschikbare literatuur niet door passieve blootstelling worden verklaard.
Ik verwijs hiervoor naar het onderzoek van Rohrich et al. (Journal of Analytical Toxicology, Vol. 34, May 2010). “Furthermore, the results of this study indicate that”passive exposure to cannabis smoke may only lead to trace amounts of THC in serum. Apparently, the THC serum concentrations are considerably below 1 ng/mL during or for a short time after exposure, and the concentrations of THCCOOH in serum do not exceed levels of about 2 ng/mL.”

The post Meeroken met cannabis kan nauwelijks leiden tot verhoogde THC-uitslag appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Dexamfetamine in bloedonderzoek politie https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/dexamfetamine-in-bloedonderzoek-politie/ Thu, 05 Mar 2026 21:16:41 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4439 Bij gebruik van dexamfetamine kan in het bloedonderzoek van de politie wel een verhoogde uitslag op amfetamine worden vastgesteld. Het ADHD-medicijn dexamfetamine kan er voor zorgen dat je bloedwaarden positief zijn op amfetamine. Let op dat daarbij dan geen sprake kan zijn van MDMA en/of MDA (en andere vormen van amfetamine zoals methamfetamine) in het […]

The post Dexamfetamine in bloedonderzoek politie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Bij gebruik van dexamfetamine kan in het bloedonderzoek van de politie wel een verhoogde uitslag op amfetamine worden vastgesteld.

Het ADHD-medicijn dexamfetamine kan er voor zorgen dat je bloedwaarden positief zijn op amfetamine. Let op dat daarbij dan geen sprake kan zijn van MDMA en/of MDA (en andere vormen van amfetamine zoals methamfetamine) in het bloed. Wanneer dat wel gevonden is komt de amfetamine in het bloed hoogstwaarschijnlijk niet van dexamfetamine, maar is het (een afbraakproduct) van andere drugs.

Om te bepalen of de amfetamine in iemands bloed nog als therapeutisch is te zien of niet (en daarmee dus niet strafbaar) moet je kijken naar de dosering die staat op zijn recept. Voor het gemak kan je deze formule gebruiken om tot de maximale toegestane hoeveelheid microgram amfetamine per liter bloed te komen:

x * 5,325 waarbij x de hoeveel mg is die iemand dagelijks aan dexamfetamine slikt.

Dus als voorbeeld, als iemand 4 keer per dag 20 mg dexamfetamine slikt is de formule: (4 * 20) * 5,325 = 426 µg/L. Dat betekent dat die persoon maximaal 426 µg/L amfetamine in zijn bloed kan hebben, om zijn bloedwaardes nog als therapeutisch aan te merken.

Let op: bij methylfenidaat geen positieve bloeduitslag

Amfetamine komt niet voor in geneesmiddelen die methylfenidaat of atomoxine als werkzaam bestanddeel hebben. Het gaat dan om geneesmiddelen als Concerta, Equasym, Kinecteen, Medikinet, Ritalin, Audalis en Strattera.
Dat betekent dat de uitslag van het bloedonderzoek niet beïnvloed kan worden door het gebruik van een van die geneesmiddelen. Dat komt doordat die geneesmiddelen een andere chemische structuur hebben dan amfetamine.
Bij het gebruik van deze geneesmiddelen zal het bloedonderzoek van de politie niet positief zijn voor de andere amfetamine-achtige stoffen als MDMA, MDA, MDEA en methamfetamine.

The post Dexamfetamine in bloedonderzoek politie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/weigering-bloedonderzoek-vanwege-naaldenfobie/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/weigering-bloedonderzoek-vanwege-naaldenfobie/#respond Wed, 28 Jan 2026 16:03:09 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4433 We horen het steeds vaker. De verdachte weigert het bloedonderzoek omdat hij een naaldenfobie heeft. Is dit een legitieme reden? Ja en nee, is daarop het antwoord. Strikt formeel, blijft de verdachte gewoon verplicht om mee te werken aan het bloedonderzoek. In eerdere jurisprudentie uit 2019, voorafgaand aan de wetswijziging in 2017 staat dat een […]

The post Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
We horen het steeds vaker. De verdachte weigert het bloedonderzoek omdat hij een naaldenfobie heeft. Is dit een legitieme reden? Ja en nee, is daarop het antwoord. Strikt formeel, blijft de verdachte gewoon verplicht om mee te werken aan het bloedonderzoek.

In eerdere jurisprudentie uit 2019, voorafgaand aan de wetswijziging in 2017 staat dat een angst voor naalden over het algemeen niet als een dergelijke reden kan worden gezien (Gerechtshof Amsterdam 5 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:264.)

In een latere zaak is dit nog eens bevestigd door het gerechtshof ‘s-Hertogenbiosch (ECLI:NL:GHSHE:2023:4124).

“Het bevelen dat medewerking wordt verleend aan een bloedonderzoek kan worden gedaan in het geval van vermoeden van rijden onder invloed van alcohol dan wel van een andere stof (vgl. HR 27 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4077/NJ 2007, 156). Bij verbalisanten ontstond gelet op de henneplucht, de bloeddoorlopen ogen en de agressieve reactie op aanrakingen van de verdachte het vermoeden dat hij naast alcoholhoudende drank tevens onder invloed was van een stof als bedoeld in het eerste of vijfde lid van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. Door de verbalisanten werd besloten om op grond van artikel 163, lid 4 van de Wegenverkeerswet 1994 over te gaan tot bloedonderzoek. Daarnaar gevraagd gaf de verdachte geen toestemming tot bloedafname. Nadat hem vervolgens werd bevolen mee te werken aan het bloedonderzoek, weigerde de verdachte dit. Als reden voor de weigering gaf de verdachte op dat hij bang was voor het prikken met naalden.

De wettelijke uitzondering van artikel 163, zevende lid van de Wegenverkeeerswet 1994 op de verplichting om – na gegeven bevel daartoe – medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek op grond van die wetsbepaling, op welke uitzondering de verdediging kennelijk een beroep doet, is komen te vervallen per 15 maart 2018. Het verweer van de verdediging dat de betreffende verplichting op grond van hiervoor bedoelde uitzonderingsbepaling niet zou gelden voor de verdachte, vindt dan ook geen steun in het recht, zodat het verweer door het hof terzijde wordt geschoven.”

Hieruit kan in ieder geval worden opgemaakt dat de bepaling waar de verdediging een beroep op deed geen bestaand recht meer is.

Hierdoor blijft er alleen een mogelijkheid over op andere algemene strafuitsluitingsgronden, zoals overmacht (ECLI:NL:PHR:2025:1260). De kans van slagen is over het algemeen laag.

Het verweer kan wel worden gevoerd als strafmaatverweer of om een beroep op artikel 9a Sr (schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel) te doen. Daarvoor is wel vereist dat ook medisch komt vast te staan dat er sprake is van een naaldenfobie. Aangetoond moet minimaal worden dat u al bekend bent met een naaldenfobie, bijvoorbeeld via een verklaring van de huisarts of het overleggen van medische informatie waaruit dat volgt.

 

  • Ten slotte heb ik nog een zaak van vorige jaar waarin:

 

The post Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/weigering-bloedonderzoek-vanwege-naaldenfobie/feed/ 0
Bekendmaking uitslag bloedonderzoek had naar GBA-adres in Polen gestuurd kunnen worden https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/bekendmaking-uitslag-bloedonderzoek-had-naar-gba-adres-in-polen-gestuurd-kunnen-worden/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/bekendmaking-uitslag-bloedonderzoek-had-naar-gba-adres-in-polen-gestuurd-kunnen-worden/#respond Sun, 28 Sep 2025 08:21:46 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4411 In de zaak van HR, 22 april 2025,  ECLI:NL:HR:2025:643 ging het om de vraag of de uitslag van het bloedonderzoek naar een adres in Polen moet worden gestuurd als de verdachte geen in Nederland bekend woonadres meer heeft. De Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend: “Van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994 is slechts sprake […]

The post Bekendmaking uitslag bloedonderzoek had naar GBA-adres in Polen gestuurd kunnen worden appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
In de zaak van HR, 22 april 2025,  ECLI:NL:HR:2025:643 ging het om de vraag of de uitslag van het bloedonderzoek naar een adres in Polen moet worden gestuurd als de verdachte geen in Nederland bekend woonadres meer heeft. De Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend:

“Van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994 is slechts sprake als waarborgen zijn nageleefd waarmee wetgever dat onderzoek met oog op betrouwbaarheid van resultaten daarvan heeft omringd (vgl. HR:2020:1684). Voorschrift van art. 17 Besluit dat verdachte schriftelijk in kennis wordt gesteld van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek, betreft strikte waarborg (vgl. HR:2021:1793). Uit ‘s hofs vaststellingen volgt dat (i) verdachte bij zijn aanhouding dan wel bij zijn verhoor door politie geen adres heeft opgegeven waar uitslag van bloedonderzoek naartoe kon worden gestuurd, (ii) verdachte niet in kennis is gesteld van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek maar dat is volstaan met kennisgeving die was gericht aan adres onbekend, en (iii) reden voor het achterwege laten van kennisgeving aan verdachte erin was gelegen dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft in Nederland. Hof heeft o.g.v. deze vaststellingen geoordeeld dat omstandigheid dat kennisgeving de verdachte niet heeft bereikt, niet eraan in de weg staat dat sprake is van “onderzoek” a.b.i. art. 8.5 WVW 1994, omdat het aan verdachte is te wijten dat hij zich niet heeft laten inschrijven in BRP en hij ook niet bij politie adresgegevens heeft opgegeven. Art. 17 Besluit vereist dat opsporingsambtenaar de verdachte schriftelijk in kennis stelt van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek. Dit voorschrift waarborgt o.m. dat verdachte gebruik kan maken van recht op tegenonderzoek op moment dat afgenomen bloed daarvoor nog beschikbaar is. In het geval dat door verdachte geen adres is opgegeven waaraan kennisgeving kan worden gedaan, maar opsporingsambtenaar door raadpleging van BRP-gegevens wel actueel adres van verdachte kan achterhalen, moet kennisgeving naar dat adres worden verzonden. Nu uit stukken blijkt dat van verdachte op moment dat politie het resultaat van bloedonderzoek ontving, in BRP een adres in Polen stond geregistreerd, heeft hof miskend dat kennisgeving naar dat adres in Polen had kunnen en moeten worden verzonden. Dat verdachte op dat moment niet was ingeschreven op adres in Nederland, leidt daarbij niet tot ander oordeel.”

Uitspraak Hoge Raad:

3.2.3

Bij de stukken bevinden zich:

– een brief van de politie eenheid Den Haag van 2 april 2020 aan de verdachte, waarin de uitslag van het bloedonderzoek is medegedeeld en de verdachte is gewezen op het recht om een tegenonderzoek te laten verrichten. Deze brief is geadresseerd aan [verdachte] , “Onbekend 9999, ZVWOVP (de Hoge Raad begrijpt: zonder vaste woon- of verblijfplaats), ONBEKEND”;

– een ‘ID Staat (Op basis van identificatie met biometrie)’ van 2 maart 2020, die de volgende informatie bevat: de verdachte heeft de Poolse nationaliteit, hij heeft als adres in de basisregistratie personen (hierna: BRP) [a-straat 1] [plaats] , [nummer] , Polen en als zijn laatste feitelijke woon- of verblijfplaats is vermeld “ZVWOVP”;

– een informatiestaat SKDB-persoon van de verdachte van 8 april 2021, die de volgende informatie bevat: de verdachte is niet-ingezetene, hij heeft met ingang van 23 september 2017 als BRP-adres voornoemd adres in Polen, en als zijn laatste feitelijke woon- of verblijfplaats is vermeld “ZVWOVHTL” (de Hoge Raad begrijpt: zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande) met als gemeente en land “ [plaats] , Nederland” en als registratiedatum 10 maart 2021.

3.3.1De tenlastelegging is toegesneden op artikel 8 lid 5 WVW 1994. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende begrip ‘onderzoek’ is gebruikt in de betekenis die dat begrip heeft in die bepaling.

3.3.2

Bij de beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende bepalingen van belang:

– artikel 8 lid 5 WVW 1994:

“Het is een ieder verboden een voertuig te besturen, als bestuurder te doen besturen of als begeleider op te treden na gebruik van een of meer van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen als bedoeld in het eerste lid, waardoor het gehalte in zijn bloed van de bij de stof vermelde meetbare stof, of in geval van gebruik van meer stoffen als bedoeld in het eerste lid die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zijn als groep, het totale gehalte in zijn bloed van de bij die stoffen vermelde meetbare stoffen, bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan de daarbij vermelde grenswaarde. Indien een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen of alcohol in combinatie wordt gebruikt met een of meer andere van deze aangewezen stoffen of met een van de stoffen als bedoeld in het eerste lid die niet bij deze algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, geldt voor iedere aangewezen stof of alcohol afzonderlijk een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen grenswaarde. Die grenswaarde is gelijk aan de laagst meetbare hoeveelheid van die stof of alcohol die niet op natuurlijke wijze in het bloed aanwezig kan zijn.”

– artikel 17 Besluit:

“De opsporingsambtenaar stelt de verdachte binnen een week na ontvangst van het verslag, bedoeld in artikel 16, tweede lid, schriftelijk in kennis van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek en vermeldt daarbij het sporenidentificatienummer, bedoeld in artikel 16, vierde lid, onder b.”

3.4Van een ‘onderzoek’ zoals bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994 is slechts sprake als de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan heeft omringd (vgl. HR 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1684). Het voorschrift van artikel 17 Besluit dat de verdachte schriftelijk in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek, betreft een strikte waarborg (vgl. HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1793).

3.5Uit de vaststellingen van het hof volgt dat (i) de verdachte bij zijn aanhouding dan wel bij zijn verhoor door de politie geen adres heeft opgegeven waar de uitslag van het bloedonderzoek naartoe kon worden gestuurd, (ii) de verdachte niet in kennis is gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek, maar dat is volstaan met een kennisgeving die was gericht aan adres onbekend, en (iii) de reden voor het achterwege laten van de kennisgeving aan de verdachte erin was gelegen dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft in Nederland. Het hof heeft op grond van deze vaststellingen geoordeeld dat de omstandigheid dat de kennisgeving de verdachte niet heeft bereikt, niet eraan in de weg staat dat sprake is van een ‘onderzoek’ zoals bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994, omdat het aan de verdachte is te wijten dat hij zich niet heeft laten inschrijven in de BRP en hij ook niet bij de politie adresgegevens heeft opgegeven.

3.6.1Artikel 17 Besluit vereist dat de opsporingsambtenaar de verdachte schriftelijk in kennis stelt van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek. Dit voorschrift waarborgt onder meer dat de verdachte gebruik kan maken van het recht op tegenonderzoek op een moment dat het afgenomen bloed daarvoor nog beschikbaar is. In het geval dat door de verdachte geen adres is opgegeven waaraan de kennisgeving kan worden gedaan, maar de opsporingsambtenaar door raadpleging van BRP-gegevens wel een actueel adres van de verdachte kan achterhalen, moet de kennisgeving naar dat adres worden verzonden.

3.6.2Nu uit de onder 3.2.3 weergegeven stukken blijkt dat van de verdachte op het moment dat de politie het resultaat van het bloedonderzoek ontving, in de BRP een adres in Polen stond geregistreerd, heeft het hof miskend dat de kennisgeving naar dat adres in Polen had kunnen en moeten worden verzonden. Dat de verdachte op dat moment niet was ingeschreven op een adres in Nederland, leidt daarbij niet tot een ander oordeel.

The post Bekendmaking uitslag bloedonderzoek had naar GBA-adres in Polen gestuurd kunnen worden appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/bekendmaking-uitslag-bloedonderzoek-had-naar-gba-adres-in-polen-gestuurd-kunnen-worden/feed/ 0
Schending recht op tegenonderzoek bij bloedonderzoek https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/schending-recht-op-tegenonderzoek-bij-bloedonderzoek/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/schending-recht-op-tegenonderzoek-bij-bloedonderzoek/#respond Fri, 15 Aug 2025 08:36:25 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4398 Als het recht op een tegenonderzoek is geschonden bij het een bloedonderzoek, is de consequentie altijd dat er niet gesproken kan worden van een onderzoek in de zin van artikel 8 WVW. De uitslag van het bloedonderzoek mag dan niet worden gebruikt voor het bewijs. Dit levert altijd ene vrijspraak op. Dit volgt o.a. uit […]

The post Schending recht op tegenonderzoek bij bloedonderzoek appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Als het recht op een tegenonderzoek is geschonden bij het een bloedonderzoek, is de consequentie altijd dat er niet gesproken kan worden van een onderzoek in de zin van artikel 8 WVW. De uitslag van het bloedonderzoek mag dan niet worden gebruikt voor het bewijs. Dit levert altijd ene vrijspraak op. Dit volgt o.a. uit HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1793.

In een zaak waarin dit niet goed was gegaan, oordeelde de Hoge Raad:

“Van een ‘onderzoek’ zoals bedoeld in artikel 8 lid 5 WVW 1994 is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan heeft omringd (vgl. HR 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1684). Tot de strikte waarborgen behoort onder meer het in artikel 17 Besluit neergelegde voorschrift dat de verdachte in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek. (Vgl. in verband met de mededeling van de uitslag van een ademonderzoek HR 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4412 en in verband met de mededeling van het recht op tegenonderzoek na een ademonderzoek HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:92.)

2.5Het hof heeft in reactie op een gevoerd verweer geoordeeld dat met de hiervoor onder 2.2.3 weergegeven brief voldoende aan de wettelijke vereisten is voldaan. Dat oordeel is niet begrijpelijk. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat in deze brief aan de verdachte wordt medegedeeld dat onder meer 96 mg (de Hoge Raad begrijpt: mcg) cocaïne per liter bloed is aangetroffen, maar de verdachte niet wordt gewezen op de mogelijkheid van een tegenonderzoek hiernaar; dat de brief niet vermeldt dat de verdachte een tegenonderzoek zelf bij een laboratorium moet aanvragen en dat het recht op tegenonderzoek vervalt indien de verdachte niet binnen twee weken na dagtekening van de kennisgeving de kosten van dat tegenonderzoek heeft betaald; en dat in strijd met artikel 17 Besluit geen sporenidentificatienummer is vermeld in de brief.

The post Schending recht op tegenonderzoek bij bloedonderzoek appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/schending-recht-op-tegenonderzoek-bij-bloedonderzoek/feed/ 0
Verweer bij rijden onder invloed van lachgas https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/verweer-bij-rijden-onder-invloed-van-lachgas/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/verweer-bij-rijden-onder-invloed-van-lachgas/#respond Mon, 07 Jul 2025 22:19:02 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4387 Het aantonen van lachgasgebruik blijft vooralsnog lastig omdat lachgas relatief kort detecteerbaar is in het lichaam. Momenteel loopt er vanuit de politie een onderzoek om te bezien of er een detectiemiddel ontwikkeld kan worden waarmee dat gebruik voldoende aangetoond kan worden. Een veroordeling voor het rijden onder invloed van lachgas blijkt in de praktijk echter […]

The post Verweer bij rijden onder invloed van lachgas appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Het aantonen van lachgasgebruik blijft vooralsnog lastig omdat lachgas relatief kort detecteerbaar is in het lichaam. Momenteel loopt er vanuit de politie een onderzoek om te bezien of er een detectiemiddel ontwikkeld kan worden waarmee dat gebruik voldoende aangetoond kan worden. Een veroordeling voor het rijden onder invloed van lachgas blijkt in de praktijk echter wel mogelijk als de verdachte op heterdaad wordt betrapt op het gebruik daarvan achter het stuur. Ter illustratie kan worden gewezen op: Rechtbank Rotterdam 2 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9580, Rechtbank Noord-Holland 20 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11395, Gerechtshof Den Haag 17 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1117 en Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juni 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3940. Sinds de inwerkingtreding van het lachgasverbod op 1 januari 2023 kan overigens ook worden gehandhaafd op het bezit van lachgas (Stb. 2022, 461).

Toch zijn er nog veel verweren te voeren bij een verdenking van lachgas. Vaak wordt ook vervolgd op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Evenwel vergeet men dan goed onderzoek te doen. In het kader van de verdediging kan dan gekozen worden voor de volgende verweren;

  • Er kan niet worden bewezen dat er lachgas, of “in elk geval een gevaarlijke stof” , in de cilinders zat.
  • Er is geen onderzoek gedaan naar de inhoud van de cilinders door het NFI
  • De verdachte heeft geen verklaring afgelegd over de in het voertuig aangetroffen cilinders
  • Er is ook geen onderzoek gedaan naar de fabrikant van de cilinders.
  • Enkele ambtshalve herkenning van de cilinders als lachgascilinders door een verbalisant is, zonder enig nader onderzoek en zonder een verklaring van de verdachte dat het lachgas betreft, volgens de verdediging onvoldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen dat zich in de cilinders lachgas bevond.
  • Cilinders kunnen immers zijn gevuld met een andere substantie, eventueel nadat er eerder lachgas in heeft gezeten.
  • Bij dit dossier kan hoogstens worden vastgesteld dat de verdachte cilinders in zijn bezit had waarop vermeld stond dat er lachgas in zat. Maar dat is geen strafbaar feit en evenmin het verwijt dat het openbaar ministerie hem maakt
  • Daarom dient vrijspraak te volgen.. Geen onderzoek gedaan wat voor stof er in de cilinder zat zodat niet kan worden bewezen dat dit een gevaarlijke stof was.

The post Verweer bij rijden onder invloed van lachgas appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/verweer-bij-rijden-onder-invloed-van-lachgas/feed/ 0
Rijden onder invloed na bevel verplaatsen auto / scooter niet strafbaar https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/rijden-onder-invloed-na-bevel-verplaatsen-auto-scooter-niet-strafbaar/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/rijden-onder-invloed-na-bevel-verplaatsen-auto-scooter-niet-strafbaar/#respond Mon, 04 Nov 2024 23:01:14 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4265 Stel uw auto staat verkeerd geparkeerd en de politie draagt u op om de auto te verplaatsen, niet wetende dat u gedronken had. U volgt het bevel op en daarna wordt u aangehouden vanwege rijden onder invloed. In zo’n situatie hebt u weliswaar inderdaad gereden onder invloed, maar bent u niet strafbaar omdat u een […]

The post Rijden onder invloed na bevel verplaatsen auto / scooter niet strafbaar appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Stel uw auto staat verkeerd geparkeerd en de politie draagt u op om de auto te verplaatsen, niet wetende dat u gedronken had. U volgt het bevel op en daarna wordt u aangehouden vanwege rijden onder invloed. In zo’n situatie hebt u weliswaar inderdaad gereden onder invloed, maar bent u niet strafbaar omdat u een bevoegd gegeven bevel van een politieagent hebt opgevolgd en daar moet u dan feitelijk naar luisteren. Het opvolgen van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel is een rechtvaardigingsgrond en leidt tot een ontslag van rechtsvervolging. Dat betekent dat u dan niet strafbaar bent.

Het zijn vrij unieke zaken, maar in de jurisprudentie zien we wel voorbeelden van een ontslag van rechtsvervolging vanwege het opvolgen van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel.

Bevel politie aan passagier om door te rijden op brommer

Gerechtshof Den Haag, 21 augustus 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2088
Blijkens het dossier liggen aan het bewezenverklaarde de volgende relevante feiten en omstandigheden ten grondslag.
Een surveillant van politie belast met een alcoholcontrole op de Sandtlaan te Katwijk zag drie personen op een snorfiets aan komen rijden. Hij zag dat een meisje op dat moment als bestuurder optrad. Hij gaf haar een stopteken, waarna zij op enige afstand van hem stopte. De bestuurster en het andere meisje dat op de snorfiets zat stapten af en de verdachte bleef op de snorfiets zitten. Hierop riep de opsporingsambtenaar met luide stem naar ‘de personen’ om naar hem toe te komen. Daarna reed de verdachte op de bromfiets naar hem toe, waarna de verdachte een blaastest moest doen waaruit zijn – voor een bestuurder niet toegestane – alcoholpromillage bleek. Het hof leidt hieruit af dat de politiesurveillant de verdachte, terwijl die op korte afstand van de politiesurveillant op een bromfiets zat, bevolen heeft naar hem toe te komen. Dit is een ambtelijk bevel als bedoeld in artikel 43, eerste lid, Sr. De verdachte heeft aan dit bevel voldaan door naar de politiesurveillant toe te rijden. De agent heeft niet gezegd dat de verdachte – die ten tijde van dit bevel nog als enige op de bromfiets zat, moest afstappen. Nu de wijze waarop de verdachte naar de politiesurveillant toe moest komen niet kenbaar is gemaakt resteert het ‘kale’, met luide stem gegeven, bevel om (naar het hof begrijpt: onmiddellijk) naar de politiesurveillant te gaan. Aan dit ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag, heeft de verdachte terstond voldaan. De ‘onduidelijkheid’ van het bevel komt onder deze omstandigheden voor rekening van de politie en niet van de verdachte. Dat nadien, toen bleek dat de verdachte onder invloed was van alcohol, aan hem duidelijk is gemaakt dat hij dat korte stukje niet rijdend had mogen afleggen, maakt dat niet anders.
Het hof acht het bewezenverklaarde daarom niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

The post Rijden onder invloed na bevel verplaatsen auto / scooter niet strafbaar appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/rijden-onder-invloed-na-bevel-verplaatsen-auto-scooter-niet-strafbaar/feed/ 0
Alleen een opzettelijke weigering van de ademanalyse is strafbaar https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/alleen-een-opzettelijke-weigering-van-de-ademanalyse-is-strafbaar/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/alleen-een-opzettelijke-weigering-van-de-ademanalyse-is-strafbaar/#respond Mon, 06 May 2024 08:09:32 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4233 Alleen een opzettelijke weigering van de ademanalyse is strafbaar. Dat volgt uit het bestanddeel ‘weigeren’. In een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, 5 januari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:27 waarin het hof oordeelde dat het weigeren van de ademanalyse enkel strafbaar is indien sprake is van opzet. Uit het dossier bleek onvoldoende welke concrete omstandigheden maken dat daaruit […]

The post Alleen een opzettelijke weigering van de ademanalyse is strafbaar appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Alleen een opzettelijke weigering van de ademanalyse is strafbaar. Dat volgt uit het bestanddeel ‘weigeren’. In een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, 5 januari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:27 waarin het hof oordeelde dat het weigeren van de ademanalyse enkel strafbaar is indien sprake is van opzet. Uit het dossier bleek onvoldoende welke concrete omstandigheden maken dat daaruit feitelijk kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk de ademanalyse weigerde.

Het hof overwoog als volgt:

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het strafbare feit is voltooid op het moment dat er geen goede ademtest kan worden afgenomen, tenzij er sprake is van een bijzondere geneeskundige reden als bedoeld in artikel 163 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), hetgeen in onderhavige zaak niet het geval is. Voor een bewezenverklaring is, aldus de advocaat-generaal, geen opzet vereist.

De raadsman heeft aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities bepleit dat de verdachte van het aan hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

Het hof stelt voorop dat overtreding van artikel 163, tweede lid, WVW 1994 ingevolge artikel 176, derde lid in verbinding met artikel 178, eerste lid, WVW 1994, als misdrijf strafbaar is gesteld. Het weigeren van de ademanalyse, is, anders dan de advocaat-generaal heeft gesteld, enkel strafbaar indien sprake is van opzet (vgl. ECLI:NL:HR:2007:AZ6664).

Naar het oordeel van het hof blijkt uit het dossier onvoldoende welke concrete omstandigheden

-waaronder het gedrag van de verdachte – maken dat daaruit feitelijk kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk de ademanalyse heeft geweigerd. In het proces-verbaal van de politie staat vermeld dat aan de verdachte na eerste mislukte pogingen is uitgelegd dat hij goed zijn best moet doen, dat hij moet uitademen op het ademanalyseapparaat en niet voorafgaand aan zijn blaaspoging, en voorts dat de verbalisant zag en hoorde dat de verdachte meermalen, ondanks de aanwijzingen, geen goed ademmonster kon produceren. Daaruit valt niet af te leiden dat de verdachte opzettelijk geweigerd heeft en evenmin dat hij het opzet daarop in voorwaardelijke zin heeft gehad. De verdachte moet aldus worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.”

The post Alleen een opzettelijke weigering van de ademanalyse is strafbaar appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/alleen-een-opzettelijke-weigering-van-de-ademanalyse-is-strafbaar/feed/ 0
Bevel meewerken bloedonderzoek na niet voltooide ademanalyse moet minimaal door brigadier worden gedaan – anders geen weigering https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/bevel-meewerken-bloedonderzoek-na-niet-voltooide-ademanalyse-moet-minimaal-door-brigadier-worden-gedaan-anders-geen-weigering/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/bevel-meewerken-bloedonderzoek-na-niet-voltooide-ademanalyse-moet-minimaal-door-brigadier-worden-gedaan-anders-geen-weigering/#respond Tue, 05 Dec 2023 15:21:11 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4201 Bij een weigering van het meewerken aan een bloedonderzoek moet u altijd goed opletten of het bevel om mee te werken is gedaan door minimaal een brigadier. In de praktijk zien we vaak dat ook hoofdagenten bevelen om mee te werken aan het bloedonderzoek, maar dat is niet juist. Het werkt als een tweetrapsraket. In […]

The post Bevel meewerken bloedonderzoek na niet voltooide ademanalyse moet minimaal door brigadier worden gedaan – anders geen weigering appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Bij een weigering van het meewerken aan een bloedonderzoek moet u altijd goed opletten of het bevel om mee te werken is gedaan door minimaal een brigadier. In de praktijk zien we vaak dat ook hoofdagenten bevelen om mee te werken aan het bloedonderzoek, maar dat is niet juist.

Het werkt als een tweetrapsraket. In artikel 163 lid 4 WVW wordt dan omschreven idat de verbalisant  de verdachte moet vragen of hij toestemming geeft om mee te werken aan een bloedonderzoek.Als hij daaraan niet meewerkt, moet er op grond van art 163 lid 5 WVW een brigadier komen of hoger die dan een bevel tot medewerking geeft.

In art. 163, lid 5, WVW staat het volgende:
Indien de bestuurder zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.
Als ambtenaren als bedoeld in artikel 163, vijfde en zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, zesde, negende en tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 89, vijfde, achtste en negende lid, van de Spoorwegwet, artikel 48, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet lokaal spoor en artikel 11.6, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet luchtvaart worden aangewezen de ambtenaren van politie die in schaal 8 of hoger zijn benoemd.

In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en artikel 8, derde lid, onderdeel b. Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 8, eerste lid, bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.

In art. 1a van de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer staat het volgende:
Als ambtenaren als bedoeld in artikel 163, vijfde en zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, zesde, negende en tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 89, vijfde, achtste en negende lid, van de Spoorwegwet, artikel 48, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet lokaal spoor en artikel 11.6, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet luchtvaart worden aangewezen de ambtenaren van politie die in schaal 8 of hoger zijn benoemd.

In art. 2, lid 1, Besluit rangen politie staat het volgende:

De volgende rangen zijn verbonden aan de volgende functies:
a.aspirant voor degene die op grond van de artikelen 3, eerste, tweede of derde lid, 3bis, eerste lid, of 3a van het Besluit algemene rechtspositie politie is aangesteld als aspirant, vrijwilliger-aspirant, ambtenaar in opleiding onderscheidenlijk vrijwillige ambtenaar in opleiding;
b.surveillant van politie voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 4 en 5;
c.agent voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 6;
d.hoofdagent voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 7;
e.brigadier voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 8;
f.inspecteur voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 9 en 10;
g.hoofdinspecteur voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 11 en 12;
h.commissaris voor functies die zijn gewaardeerd op schaal 13 en hoger;

Alleen een brigadier en hoger is is bevoegd te beslissen tot een bloedonderzoek na een niet voltooide ademanalyse.

The post Bevel meewerken bloedonderzoek na niet voltooide ademanalyse moet minimaal door brigadier worden gedaan – anders geen weigering appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/bevel-meewerken-bloedonderzoek-na-niet-voltooide-ademanalyse-moet-minimaal-door-brigadier-worden-gedaan-anders-geen-weigering/feed/ 0
Vrijspraak bij Auto-brewery syndrome https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/vrijspraak-bij-auto-brewery-syndrome/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/vrijspraak-bij-auto-brewery-syndrome/#respond Tue, 03 Oct 2023 12:16:50 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4180 De politierechter in Arnhem heeft in 2020 een man vrijgesproken voor rijden onder invloed omdat in zijn zaak was komen vast te staan dat hij leed aan het Auto-brewery syndrome, waardoor suiker in het lichaam wordt omgezet in alcohol.Op 28 november 2019 veroorzaakte de man een verkeersongeval op de Ir. Molsweg in Huissen. De man […]

The post Vrijspraak bij Auto-brewery syndrome appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
De politierechter in Arnhem heeft in 2020 een man vrijgesproken voor rijden onder invloed omdat in zijn zaak was komen vast te staan dat hij leed aan het Auto-brewery syndrome, waardoor suiker in het lichaam wordt omgezet in alcohol.Op 28 november 2019 veroorzaakte de man een verkeersongeval op de Ir. Molsweg in Huissen. De man kwam met de auto op de verkeerde weghelft terecht. Hij raakte daarbij 2 tegenliggers – zij hielden blikschade aan het ongeluk over –, zelf raakte de man gewond. Bij controle bleek dat hij te veel alcohol in zijn bloed had. (2,34 milligram alcohol per milliliter bloed). De man verklaarde zelf dat hij niet gedronken had.

Na het ongeluk en de uitslag van de bloedtest is de man naar de huisarts gegaan, die hem doorverwees naar het ziekenhuis. Deskundigen hebben vervolgens vastgesteld dat de man lijdt aan het auto-brouwerij-syndroom. Dit betekent dat het lichaam van de man zelf suiker omzet in alcohol. Dit kan het hoge alcoholpercentage in het bloed verklaren. Het syndroom is heel zeldzaam.

De officier van justitie eiste vrijspraak in deze zaak. De huidige tenlastelegging – waarin de man wordt verweten dat hij de auto bestuurde na gebruik van alcoholhoudende drank – kan ook volgens de rechtbank niet worden bewezen. De politierechter kan, op basis van de medische rapportage en de verklaring van de deskundige op de zitting, niet uitsluiten dat het alcoholpercentage in het bloed van de man wordt veroorzaakt door het syndroom en niet door het innemen van alcohol.

Zie ook: Vrijspraak voor man met Auto Brewery Syndrome

Een deskundige op dit gebied is o.a.:

  • T.J. Olgers, Internist-acute geneeskunde bij het UMC Groningen

 

The post Vrijspraak bij Auto-brewery syndrome appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/vrijspraak-bij-auto-brewery-syndrome/feed/ 0