Advocaat Verkeersstrafrecht https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/ Wed, 16 Sep 2026 08:05:35 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=6.9.7 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/wp-content/uploads/2025/07/cropped-httpswww.advocaat-verkeersstrafrecht.nl_-32x32.png Advocaat Verkeersstrafrecht https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/ 32 32 Wanneer wordt rijbewijs ongeldig bij recidiveregeling 123b WVW https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/wanneer-wordt-rijbewijs-ongeldig-bij-recidiveregeling-123b-wvw/ Mon, 14 Sep 2026 05:48:50 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4471 Wij krijgen vaak de vraag wanneer het rijbewijs ongeldig wordt bij het tweede strafpunt, na rijden onder invloed, of weigering. Dit heet ook wel de ongeldigverklaring vanwege de recidiveregeling van artikel 123b WVW. In de wet lezen we: Artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994, voor zover van toepassing in de onderhavige zaak: Lid 1: Onverminderd de […]

The post Wanneer wordt rijbewijs ongeldig bij recidiveregeling 123b WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Wij krijgen vaak de vraag wanneer het rijbewijs ongeldig wordt bij het tweede strafpunt, na rijden onder invloed, of weigering. Dit heet ook wel de ongeldigverklaring vanwege de recidiveregeling van artikel 123b WVW.

In de wet lezen we:

Artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994, voor zover van toepassing in de onderhavige zaak:

Lid 1: Onverminderd de artikelen 123, eerste lid, en 123a verliest een rijbewijs zijn geldigheid voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid, indien de houder bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, is veroordeeld wegens overtreding van:
(…)
e. artikel 163, tweede, zesde of zevende lid,
een en ander voor zover ten tijde van het begaan van het strafbare feit nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de houder als bestuurder van een motorrijtuig onherroepelijk is veroordeeld wegens overtreding van (onderstreping, het hof)
(…)
3°. artikel 163, tweede, zesde of zevende lid.
Lid 5: Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.

Aldus is het zo dat op basis van de wettelijke bepaling het rijbewijs ongeldig wordt na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak.

Ook uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel betreffende deze recidiveregeling kan worden afgeleid dat het moment waarop de recidiveperiode begint te lopen het moment is waarop de veroordeling onherroepelijk wordt.

Onherroepelijkheid op datum betekening vonnis

Wanneer op de zitting geen afstand is gedaan van het recht om in hoger beroep te gaan, is de datum van onherroepelijkheid gelegen op 14 dagen na de zitting, tenzij de verdachte niet bekend was met de zitting. Dan is bepalend 14 dagen na de datum van betekening van het vonnis. 

Ook bij buitenlandse rijbewijzen

Op grond van artikel 123b lid 1 WVW 1994 verliest een rijbewijs van rechtswege zijn geldigheid als aan de in die bepaling gestelde voorwaarden is voldaan. Daarvan is, kort gezegd, sprake bij recidive van verkeersdelicten die met middelengebruik verband houden. Het verlies van de geldigheid van het rijbewijs is daarbij het directe gevolg van het onherroepelijk worden van een tweede veroordeling voor zo’n delict dat is begaan binnen de in artikel 123b lid 1 WVW 1994 genoemde periode van vijf jaren. (Vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2350.) Dit betekent dat de geldigheid van het rijbewijs verloren gaat op het moment dat die tweede veroordeling onherroepelijk wordt. Het kan, zoals uit artikel 123b lid 5 WVW 1994 volgt, ook gaan om het verlies van de geldigheid van een rijbewijs dat door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland is afgegeven, als de houder daarvan in Nederland woonachtig is. Van dit woonachtig zijn in Nederland moet eveneens sprake zijn op het moment dat de tweede veroordeling onherroepelijk wordt.

 

The post Wanneer wordt rijbewijs ongeldig bij recidiveregeling 123b WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Aanrijding niet gemerkt – vrijspraak verlaten plaats ongeval artikel 7 WVW https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/aanrijding-niet-gemerkt-vrijspraak-verlaten-plaats-ongeval-artikel-7-wvw/ Tue, 14 Jul 2026 22:21:47 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4465 In sommige zaken kan met succes als verweer worden gevoerd dat de verdachte de aanrijding niet heeft gemerkt en daardoor geen opzet had op het verlaten van de plaats van het ongeval. Dan volgt vrijspraak voor artikel 7 WVW. Dat kan bijvoorbeeld zijn: wanneer het gaat om geringe schade wanneer u de muziek in de […]

The post Aanrijding niet gemerkt – vrijspraak verlaten plaats ongeval artikel 7 WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
In sommige zaken kan met succes als verweer worden gevoerd dat de verdachte de aanrijding niet heeft gemerkt en daardoor geen opzet had op het verlaten van de plaats van het ongeval. Dan volgt vrijspraak voor artikel 7 WVW.

Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • wanneer het gaat om geringe schade
  • wanneer u de muziek in de auto hard had staan
  • wanneer u oortjes droeg met noise-cancelling

In de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, 14 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8618 ging het om een aanrijding met een voetgangster op een provinciale weg. De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet kon worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat sprake was een ongeval waarbij een persoon was gedood of letsel was toegebracht, dan wel dat hij schade aan een goed van een ander had toegebracht of dat hij iemand in hulpeloze toestand had achtergelaten. De rechtbank legt dat hieronder uit.

“De verdachte en [betrokkene] hebben verklaard dat ze over iets heen zijn gereden. Uit de verklaringen van de verdachte en [betrokkene] blijkt niet dat zij in dit verband aan een persoon hebben gedacht. Dat was ook de reden, zo hebben ze verklaard, dat ze niet direct gestopt zijn maar zijn doorgereden naar de parkeerplaats in Marken . Gelet op de feitelijke situatie op de plaats waar [slachtoffer] is aangereden zoals hiervoor onder 4.3.1 is beschreven, zijn die verklaringen niet zodanig dat die op voorhand als onaannemelijk moeten worden aangemerkt. Het was immers een Provinciale weg waar geen voetgangers of fietsers waren toegestaan. Het fietspad was gescheiden van de weg en liep op een hoger gelegen dijk. Naast de weg bevond zich een berm met hoog gras en er stonden geen huizen of gebouwen naast de weg. Het was kortom een landelijk gebied buiten de bebouwde kom. Daarbij geldt dat aan de auto geen schade te zien was die onmiskenbaar wijst op een aanrijding met een staand of lopend persoon. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij op de parkeerplaats te Marken de auto op schade heeft geïnspecteerd. Hij heeft toen (lichte) schade onderaan de rechterbumper, rechterspatscherm en de rechtermistlamp gezien. Het schadebeeld aan de voor- en onderzijde van de auto biedt volgens de rechtbank ondersteuning voor de juistheid van de verklaring van de verdachte dat hij daadwerkelijk heeft gedacht een dier te hebben aangereden. Daar komt bij dat aan een forensisch onderzoeker verkeersongevallen bij het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) de vraag is gesteld “Kan/moet je als bestuurder herkennen dat je over een mens bent gereden?”. Het antwoord op deze vraag was dat je het verschil tussen het overrijden van een hert of lam en een mens (of ander dier) vermoedelijk niet kan duiden.3 Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, hoefde de verdachte naar het oordeel van de rechtbank bij de gedachte dat hij een (wild) dier heeft overreden niet redelijkerwijs te vermoeden dat hij schade aan een (goed van een) ander heeft toegebracht.”

The post Aanrijding niet gemerkt – vrijspraak verlaten plaats ongeval artikel 7 WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Meerdere keren geflitst tijdens één route: juridische duiding https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/meerdere-keren-geflitst-tijdens-een-route-juridische-duiding/ Thu, 11 Jun 2026 06:02:59 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4457 Wanneer iemand tijdens één route meerdere keren wordt geflitst voor snelheidsovertredingen, geldt als uitgangspunt dat iedere afzonderlijke overtreding in beginsel tot een aparte administratieve sanctie (Mulderbeschikking) kan leiden. Dit volgt uit de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De bijlage bij de WAHV bepaalt per gedraging de hoogte van de sanctie en deze bedragen zijn gefixeerd; […]

The post Meerdere keren geflitst tijdens één route: juridische duiding appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Wanneer iemand tijdens één route meerdere keren wordt geflitst voor snelheidsovertredingen, geldt als uitgangspunt dat iedere afzonderlijke overtreding in beginsel tot een aparte administratieve sanctie (Mulderbeschikking) kan leiden. Dit volgt uit de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De bijlage bij de WAHV bepaalt per gedraging de hoogte van de sanctie en deze bedragen zijn gefixeerd; afwijking is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden.
Bij strafrechtelijke boetes (> snelheid meer dan 30 km/u) geldt dit ook als uitgangspunt.

Voortgezette handeling bij meerdere keren geflitst

Er kan sprake zijn van een “voortgezette handeling” (art. 56 Sr), waarbij meerdere overtredingen als één feit worden beschouwd. In de praktijk wordt dit criterium echter zeer restrictief toegepast. Het enkele feit dat iemand op dezelfde route binnen korte tijd meerdere keren wordt geflitst, leidt niet snel tot het aannemen van een voortgezette handeling. Zo is bijvoorbeeld geoordeeld dat bij twee snelheidsoverschrijdingen binnen één minuut géén sprake is van een voortgezette handeling (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5310). Ook bij het passeren van verschillende verkeerssituaties (zoals het wisselen van snelwegen of het passeren van nieuwe borden) wordt doorgaans aangenomen dat sprake is van afzonderlijke gedragingen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5158).

Het ne bis in idem-beginsel (art. 68 Sr) verhindert dat iemand tweemaal voor exact hetzelfde feit wordt bestraft. In het verkeersrecht wordt echter aangenomen dat afzonderlijke snelheidsovertredingen, ook als ze kort na elkaar plaatsvinden op dezelfde route, als afzonderlijke feiten worden beschouwd. Alleen als een sanctie voor de eerste overtreding al is opgelegd vóór constatering van de tweede, kan dit anders zijn (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5154).

Jurisprudentie meerdere snelheidsovertredingen

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5310: geen voortgezette handeling bij twee snelheidsoverschrijdingen binnen één minuut.
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5158: nieuwe verkeerssituatie betekent nieuwe overtreding.
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5154: geen sprake van meerdere overtredingen als voor de eerste al een sanctie is opgelegd vóór constatering van de tweede

Conclusie bij meerdere keren geflitst

Meerdere keren geflitst worden tijdens één route leidt in de regel tot meerdere afzonderlijke sancties, tenzij sprake is van een uitzonderlijke samenloop of voortgezette handeling, wat in de praktijk zelden wordt aangenomen.

The post Meerdere keren geflitst tijdens één route: juridische duiding appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Laboratorium heeft het onderste tekstblok opdrachtformulier toxicologisch bloedonderzoek niet ingevuld https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/laboratorium-heeft-het-onderste-tekstblok-opdrachtformulier-toxicologisch-bloedonderzoek-niet-ingevuld/ Thu, 04 Jun 2026 15:50:40 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4455 Het laboratorium moet op het aanvraagformulier / opdrachtformulier voor het toxicologisch bloedonderzoek altijd invullen of de bloedmonsters verzegeld zijn ontvangen en wanneer de bloedmonsters zijn ontvangen. In de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3921 leidde het niet invullen van het onderste tekstblok tot vrijspraak. De rechtbank overwoog: “Verdachte heeft weliswaar verklaard dat […]

The post Laboratorium heeft het onderste tekstblok opdrachtformulier toxicologisch bloedonderzoek niet ingevuld appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Het laboratorium moet op het aanvraagformulier / opdrachtformulier voor het toxicologisch bloedonderzoek altijd invullen of de bloedmonsters verzegeld zijn ontvangen en wanneer de bloedmonsters zijn ontvangen.

In de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3921 leidde het niet invullen van het onderste tekstblok tot vrijspraak. De rechtbank overwoog:

“Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij alcohol heeft gedronken, maar niet dat hij meer heeft gedronken dan de toegestane hoeveelheid. Daarnaast blijkt uit de zich in het proces-verbaal bevindende aanvraag ten behoeve van Toxicologisch onderzoek van bloed, niet dat de aanvraag verzegeld is ontvangen en wanneer deze is ontvangen. Hierdoor is bij het bloedonderzoek een strikte waarborg geschonden en kan niet gesproken worden van een onderzoek als bedoeld in artikel 8 WVW. Het enkele feit dat blijkens de mededeling van verbalisant de bloedmonsters verzegeld zijn verzonden, wijzigt dit oordeel niet. De onderzoeker die de bloedmonsters in ontvangst neemt, moet (ook) vaststellen dat de monsters verzegeld waren bij ontvangst. De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het rijden onder invloed van alcohol, zoals ten laste gelegd onder feit 1 primair.”

In de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 september 2023,  ECLI:NL:GHARL:2023:7701 speelde dit ook. Het gerechtshof oordeelde:

“Van ‘een onderzoek’ als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek heeft omkleed. Tot die waarborgen behoort onder meer de waarborg genoemd in artikel 13, eerste lid, onder d van het Besluit, inhoudende dat bloedmonsters zo spoedig mogelijk worden bezorgd bij het geaccrediteerde laboratorium als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 1990 (ECLI:NL:HR:1990:AD6972) moet hieronder worden begrepen dat de bloedmonsters ook zonder uitstel worden toegezonden aan het laboratorium. Deze waarborg is een strikte waarborg, zodat het onderzoek bij het niet naleven daarvan niet voor het bewijs mag worden gebezigd.

Op basis van het proces-verbaal rijden onder invloed van 15 januari 2019 stelt het hof vast dat de bloedmonsters op 8 november 2018 om 19:20 uur bij verdachte zijn afgenomen. Blijkens dit proces-verbaal heeft de verbalisant zich ervan vergewist dat het bloedmonster is verzonden naar het NFI te Den Haag. Wanneer verzending heeft plaatsgevonden blijkt daaruit niet, terwijl tevens onbekend is wanneer de bloedmonsters zijn ontvangen door het NFI. Uit het ‘Rapport drugs in het verkeer’ van 30 november 2018 blijkt dat de bloedmonsters op 14 november 2018 per koerier zijn ontvangen door drs [Forensisch Toxicoloog NRGD] , Forensisch Toxicoloog NRGD, Medische Laboratoria [Medische Laboratoria] .

Het hof kan op basis van het dossier niet vaststellen op welke datum de bloedmonsters zijn verzonden, noch op welke datum het NFI de monsters heeft ontvangen en evenmin op welke datum de monsters door het NFI zijn doorgestuurd naar het laboratorium in Duitsland, waaruit mogelijk een ontvangstdatum door het NFI had kunnen worden afgeleid. Het hof kan enkel vaststellen dat de bloedmonsters op 14 november 2018 – en daarmee 6 dagen na het afnemen daarvan – in een geaccrediteerd laboratorium in Duitsland zijn aangekomen. Dit tijdsverloop kan in dit geval, omdat er geen enkele duidelijkheid bestaat over de verzenddatum vanaf politie naar NFI, en evenmin over de ontvangst- en doorzenddata vanaf NFI naar Duitsland niet beoordeeld worden in het kader van de toetsing “ zo spoedig mogelijk”. Naar het oordeel van het hof kan de wijze van verzending onder deze omstandigheden, gezien ook het belang dat gediend is met een zorgvuldige vermelding van verzend- en ontvangstdata bij het verzenden van bloedmonsters, namelijk het kunnen toetsen of aan de strikte waarborg is voldaan, dan ook niet worden aangemerkt als ‘zo spoedig mogelijk bezorgen’, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder d van het Besluit. Het hof oordeelt dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat aan de betreffende waarborg is voldaan.

Nu het voorschrift onderdeel uitmaakt van het stelsel van strikte waarborgen, dient het resultaat van het verrichte bloedonderzoek van het bewijs te worden uitgesloten. Zonder ‘een onderzoek’ als bedoeld in artikel 8, vijfde lid WVW kan niet worden bewezen dat de verdachte onder invloed van verdovende middelen een personenauto heeft bestuurd. Dat verdachte bij de politie heeft verklaard voorafgaand aan het besturen van een personenauto methadon te hebben gebruikt doet hieraan niet af, nu op grond van die verklaring immers niet kan worden vastgesteld dat verdachte daarmee ook de in het Besluit vermelde grenswaarden heeft overschreden.

Voorts merkt het hof op dat uit het proces-verbaal rijden onder invloed van 15 januari 2019 blijkt dat verbalisant [verbalisant] heeft vermeld dat deze de bij verdachte afgenomen bloedmonsters heeft verzegeld voorafgaand aan verzending. Het hof acht het enkele feit dat blijkens de mededeling van de verbalisant de bloedmonsters verzegeld zijn verzonden niet voldoende. De onderzoeker die de bloedmonsters in ontvangst neemt, moet (ook) vaststellen dat de monsters verzegeld waren bij ontvangst. Uit de zich in het proces-verbaal bevindende aanvraag ten behoeve van Toxicologisch onderzoek van bloed blijkt niet of het NFI de aanvraag verzegeld heeft ontvangen, nu dit tekstblok niet is ingevuld. Het hof is van oordeel dat het voorgaande de mogelijkheid open laat dat de bloedmonsters niet verzegeld zijn aangekomen bij het laboratorium in Duitsland.

The post Laboratorium heeft het onderste tekstblok opdrachtformulier toxicologisch bloedonderzoek niet ingevuld appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Te hoge snelheid reden voor bewezenverklaring artikel 6 WVW https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/te-hoge-snelheid-reden-voor-bewezenverklaring-artikel-6-wvw/ Thu, 14 May 2026 19:39:31 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4448 Een (veel) te hoge snelheid is vaak al wel voldoende reden om te komen tot een bewezenverklaring bij artikel 6 WVW, vaak ook al had de verdachte voorrang. We zien hier verschillende voorbeelden van in de jurisprudentie. ECLI:NL:GHSHE:2016:5097 De verdachte rijdt in het donker met veel te hoge snelheid in de bebouwde kom over een […]

The post Te hoge snelheid reden voor bewezenverklaring artikel 6 WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Een (veel) te hoge snelheid is vaak al wel voldoende reden om te komen tot een bewezenverklaring bij artikel 6 WVW, vaak ook al had de verdachte voorrang. We zien hier verschillende voorbeelden van in de jurisprudentie.

  • ECLI:NL:GHSHE:2016:5097

De verdachte rijdt in het donker met veel te hoge snelheid in de bebouwde kom over een weg met oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers. Fietser steekt plotseling de weg over. Er ontstaat een aanrijding, waarbij de fietser overlijdt. De snelheid van de verdachte bedroeg 91 km/h waar 50 was toegestaan, de snelheidsovertreding was dus ongeveer gelijk aan de gemeten snelheid in uw zaak. Het hof oordeelt dat er sprake is van een aanmerkelijke verkeersfout en veroordeelt de verdachte – zonder aftrek door te lange behandeling – voor een taakstraf van 180 uur. Daarnaast een rijverbod van 12 maanden.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:3523 (cassatieberoep verworpen o.g.v. 81 RO)

Dit betreft wederom een redelijk gelijke zaak. De verdachte reed ‘s nachts over een weg en heeft een fietser aangereden. De precieze snelheid van de auto blijft onduidelijk, maar ligt in ieder geval veel hoger dan de toegestane snelheid. De indicaties liggen tussen de 30 en meer dan 55 kilometer te hard. Dit komt daardoor redelijk overeen met uw omstandigheden. Daarnaast blijft onduidelijk of het slachtoffer geen licht aanhad en of zij eventueel door rood was gereden. Bovendien overweegt het Hof “Dat [slachtoffer] mogelijk het voorlicht van haar fiets niet aan had – met welke omstandigheid overigens rekening is gehouden in het zichtonderzoek – of dat zij mogelijk door rood is gereden, doet niet af aan het feit dat het verkeersongeval aan de verdachte is te verwijten.” Het Hof stelt dat er sprake is geweest van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een rijontzegging van 2 jaar.

  • ECLI:NL:RBALK:2010:BL4411

Hierbij is vastgesteld dat de verdachte met een snelheid van 20 km/h te hard heeft gereden. Daarnaast was het zicht wel deels ontnomen en had hij snelheid moeten minderen. Tevens zaten de fietsers ook fout doordat zij aan de verkeerde kant van de weg reden en overstaken. Rechtbank komt tot het oordeel dat er sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag en veroordeelt de verdachte tot een werkstraf van 240 uur en een rijontzegging van 1 jaar.

Zie ook de noot van Keizer bij  HR, 24-06-2008 in NJ 2008, 442 waar hij opmerkt dat “Op het verweer dat de overstekende fietsers hem in beginsel voorrang dienden te verlenen zijn Hof en Hoge Raad niet uitdrukkelijk ingegaan; het is echter vaste rechtspraak dat wie te snel rijdt er niet op mag vertrouwen dat men zijn voorrang respecteert.”

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:7693

Verdachte reed 115 waar 50 mocht. Rechtbank is van mening dat er sprake is van “zeer hoge mate van schuld”. Er is sprake van zwaar lichamelijk letsel en niet van dood, derhalve een taakstraf van 160 uur en een deels voorwaardelijke rijontzegging van 160 uur.

The post Te hoge snelheid reden voor bewezenverklaring artikel 6 WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Meeroken met cannabis kan nauwelijks leiden tot verhoogde THC-uitslag https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/meeroken-met-cannabis-kan-nauwelijks-leiden-tot-verhoogde-thc-uitslag/ Thu, 02 Apr 2026 12:49:40 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4442 Bij passieve blootstelling aan cannabis kunnen slechts onder zeer extreme omstandigheden meetbare concentraties worden vastgesteld, bijvoorbeeld na langdurig verblijf in een kleine, afgesloten ruimte zonder ventilatie waar intensief cannabis wordt gerookt. Zelfs in dergelijke situaties zijn de gemeten concentraties doorgaans laag en slechts zeer kortdurend aantoonbaar. Vaak zijn de bij een keuring of bloedonderzoek aangetroffen […]

The post Meeroken met cannabis kan nauwelijks leiden tot verhoogde THC-uitslag appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Bij passieve blootstelling aan cannabis kunnen slechts onder zeer extreme omstandigheden meetbare concentraties worden vastgesteld, bijvoorbeeld na langdurig verblijf in een kleine, afgesloten ruimte zonder ventilatie waar intensief cannabis wordt gerookt. Zelfs in dergelijke situaties zijn de gemeten concentraties doorgaans laag en slechts zeer kortdurend aantoonbaar. Vaak zijn de bij een keuring of bloedonderzoek aangetroffen waarde hiervoor te hoog en kan dit  op basis van de beschikbare literatuur niet door passieve blootstelling worden verklaard.
Ik verwijs hiervoor naar het onderzoek van Rohrich et al. (Journal of Analytical Toxicology, Vol. 34, May 2010). “Furthermore, the results of this study indicate that”passive exposure to cannabis smoke may only lead to trace amounts of THC in serum. Apparently, the THC serum concentrations are considerably below 1 ng/mL during or for a short time after exposure, and the concentrations of THCCOOH in serum do not exceed levels of about 2 ng/mL.”

The post Meeroken met cannabis kan nauwelijks leiden tot verhoogde THC-uitslag appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Dexamfetamine in bloedonderzoek politie https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/dexamfetamine-in-bloedonderzoek-politie/ Thu, 05 Mar 2026 21:16:41 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4439 Bij gebruik van dexamfetamine kan in het bloedonderzoek van de politie wel een verhoogde uitslag op amfetamine worden vastgesteld. Het ADHD-medicijn dexamfetamine kan er voor zorgen dat je bloedwaarden positief zijn op amfetamine. Let op dat daarbij dan geen sprake kan zijn van MDMA en/of MDA (en andere vormen van amfetamine zoals methamfetamine) in het […]

The post Dexamfetamine in bloedonderzoek politie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Bij gebruik van dexamfetamine kan in het bloedonderzoek van de politie wel een verhoogde uitslag op amfetamine worden vastgesteld.

Het ADHD-medicijn dexamfetamine kan er voor zorgen dat je bloedwaarden positief zijn op amfetamine. Let op dat daarbij dan geen sprake kan zijn van MDMA en/of MDA (en andere vormen van amfetamine zoals methamfetamine) in het bloed. Wanneer dat wel gevonden is komt de amfetamine in het bloed hoogstwaarschijnlijk niet van dexamfetamine, maar is het (een afbraakproduct) van andere drugs.

Om te bepalen of de amfetamine in iemands bloed nog als therapeutisch is te zien of niet (en daarmee dus niet strafbaar) moet je kijken naar de dosering die staat op zijn recept. Voor het gemak kan je deze formule gebruiken om tot de maximale toegestane hoeveelheid microgram amfetamine per liter bloed te komen:

x * 5,325 waarbij x de hoeveel mg is die iemand dagelijks aan dexamfetamine slikt.

Dus als voorbeeld, als iemand 4 keer per dag 20 mg dexamfetamine slikt is de formule: (4 * 20) * 5,325 = 426 µg/L. Dat betekent dat die persoon maximaal 426 µg/L amfetamine in zijn bloed kan hebben, om zijn bloedwaardes nog als therapeutisch aan te merken.

Let op: bij methylfenidaat geen positieve bloeduitslag

Amfetamine komt niet voor in geneesmiddelen die methylfenidaat of atomoxine als werkzaam bestanddeel hebben. Het gaat dan om geneesmiddelen als Concerta, Equasym, Kinecteen, Medikinet, Ritalin, Audalis en Strattera.
Dat betekent dat de uitslag van het bloedonderzoek niet beïnvloed kan worden door het gebruik van een van die geneesmiddelen. Dat komt doordat die geneesmiddelen een andere chemische structuur hebben dan amfetamine.
Bij het gebruik van deze geneesmiddelen zal het bloedonderzoek van de politie niet positief zijn voor de andere amfetamine-achtige stoffen als MDMA, MDA, MDEA en methamfetamine.

Dexamfetamine en strafrecht

Mocht u toch worden vervolgd voor het rijden onder invloed van dexamfetamine, dan kunnen we hier vaak toch goed verweer op voeren. U kunt ontslag van rechtsvervolging bepleiten, mits de aangetroffen hoeveelheid binnen de voorgeschreven dosering valt.

Een voorbeeld van een niet geslaagd verweer treft u hier:

  • rechtbank Overijssel, 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6038:

“De rechtbank overweegt het volgende. Uit het door de raadsman overlegde deskundigenbericht volgt dat bij een dagelijkse dosering van viermaal 20 mg dexamfetamine de maximale piekconcentratie 426 microgram amfetamine per liter bloed is. Bij de dosering dexamfetamine die verdachte gebruikte, te weten 40 mg dexamfetamine per dag, is de maximale piekconcentratie 213 microgram per liter bloed. In het bloed van verdachte is 270 microgram amfetamine per liter bloed aangetroffen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de uitslag van het bloedonderzoek niet kan worden verklaard door uitsluitend het gebruik van medicatie. Het verschil tussen beide hoeveelheden is bovendien hoger dan de te hanteren grenswaarde van 50 microgram. Het verweer wordt daarom verworpen.”

U leest hier dat het verweer alleen is gestrand omdat het gehalte dat was aangetroffen uiteindelijk hoger uitviel

Werkwijze bij vaststelling dexamfetamine in bloed

Het rijden onder invloed van medicatie, zoals dexamfetamine, is al aan de orde gekomen in de parlementaire stukken, waarbij het gaat om de strafbaarstelling hiervan via artikel 8 lid 5 WVW. Het gaat om de volgende stukken:

  • Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 303;
  • Brief van de Minister van Justitie en Veiligheid van 5 maart 2021 (Kamerstukken II 2020-21, 29398, nr. 902); en
  • Brief van de Minister van Justitie en Veiligheid van 31 mei 2021(Kamerstukken II 2020-21, 29398, nr. 941).

De Gezondheidsraad heeft blijkens Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 303 het standpunt ingenomen dat het gebruik van psychostimulantia – waaronder ook dexamfetamine valt – iemand ongeschikt maakt om te rijden. Daarbij is het nog het volgende opgemerkt: “Een uitzondering is mogelijk voor zover psychostimulantia in therapeutische dosering gebruikt worden voor de behandeling van ADHD bij volwassenen, narcolepsie of pathologische hypersomnolentie en indien er geen rijgevaarlijke bijwerkingen zijn”1.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel drugs in het verkeer is de vraag onder ogen gezien of voor het rijden onder invloed van drugs onderscheid moet worden gemaakt tussen recreatief of medisch gebruik van de middelen als bedoeld in het vijfde lid van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), waaronder dexamfetamine. Een dergelijk onderscheid is daarbij niet gemaakt vanuit de gedachte dat het gaat om de verkeersveiligheid en niet om de reden van het gebruik.

In voornoemde brief van 5 maart 2021 staat over de strafbaarstelling het volgende: “Sinds 1 juli 2017 zijn gebruikers van medicinale cannabis, morfine en dexamfetamine die deelnemen aan het verkeer strafbaar als de concentratie in het bloed boven de grenswaarden komt, die zijn opgenomen in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: het Besluit).”

De betrokken ministers van Medische Zorg, Welzijn en Sport, Infrastructuur en Waterstaat en de Justitie en Veiligheid hebben op instigatie van de Tweede Kamer onderzocht of een uitzondering op de strafbaarstelling voor medicijngebruikers mogelijk is. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat vanwege de geringe omvang van de problematiek en de complexiteit van het onderwerp het aanhouden van de huidige werkwijze van politie en openbaar ministerie de beste optie is.

Deze werkwijze houdt in dat wanneer iemand positief test met betrekking tot een van de middelen van artikel 8, vijfde lid WVW94 en de verdachte aangeeft dergelijke medicatie te gebruiken, de politie dit verbaliseert in het proces-verbaal. In dat geval zal het openbaar ministerie – zodra uit de analyse van het bloed van een medicijngebruiker blijkt dat sprake is van een strafbare concentratie – verdachte de gelegenheid bieden zijn recept op te sturen, waarna het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) wordt gevraagd of de aangetroffen concentratie van de rijgevaarlijke stof in het bloed van een verdachte past binnen de therapeutische range van de voorgeschreven dosering en wat de effecten daarvan zijn op de rijvaardigheid. Het openbaar ministerie zal vervolgens met inachtneming van deze en alle overige feiten en omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld het rijgedrag van een verdachte, beoordelen of vervolging opportuun is.

Het is in strafzaken belangrijk dat steeds de door de minister genoemde werkwijze wordt gevolgd om duidelijkheid te krijgen ten aanzien van de vraag of de amfetamine-achtige stoffen die in het bloed van een verdachte zijn aangetroffen passen binnen de voorgeschreven medicatie dexamfetamine..Daarvoor is het steeds noodzakelijk dat het door de minister in de beschrijving van de werkwijze genoemde onderzoek van het NFI naar het medicijngebruik van een verdachte en de invloed daarvan op zijn rijvaardigheid alsnog zal worden verricht, vlg ook ECLI:NL:GHARL:2021:5977.

The post Dexamfetamine in bloedonderzoek politie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/weigering-bloedonderzoek-vanwege-naaldenfobie/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/weigering-bloedonderzoek-vanwege-naaldenfobie/#respond Wed, 28 Jan 2026 16:03:09 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4433 We horen het steeds vaker. De verdachte weigert het bloedonderzoek omdat hij een naaldenfobie heeft. Is dit een legitieme reden? Ja en nee, is daarop het antwoord. Strikt formeel, blijft de verdachte gewoon verplicht om mee te werken aan het bloedonderzoek. In eerdere jurisprudentie uit 2019, voorafgaand aan de wetswijziging in 2017 staat dat een […]

The post Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
We horen het steeds vaker. De verdachte weigert het bloedonderzoek omdat hij een naaldenfobie heeft. Is dit een legitieme reden? Ja en nee, is daarop het antwoord. Strikt formeel, blijft de verdachte gewoon verplicht om mee te werken aan het bloedonderzoek.

In eerdere jurisprudentie uit 2019, voorafgaand aan de wetswijziging in 2017 staat dat een angst voor naalden over het algemeen niet als een dergelijke reden kan worden gezien (Gerechtshof Amsterdam 5 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:264.)

In een latere zaak is dit nog eens bevestigd door het gerechtshof ‘s-Hertogenbiosch (ECLI:NL:GHSHE:2023:4124).

“Het bevelen dat medewerking wordt verleend aan een bloedonderzoek kan worden gedaan in het geval van vermoeden van rijden onder invloed van alcohol dan wel van een andere stof (vgl. HR 27 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4077/NJ 2007, 156). Bij verbalisanten ontstond gelet op de henneplucht, de bloeddoorlopen ogen en de agressieve reactie op aanrakingen van de verdachte het vermoeden dat hij naast alcoholhoudende drank tevens onder invloed was van een stof als bedoeld in het eerste of vijfde lid van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994. Door de verbalisanten werd besloten om op grond van artikel 163, lid 4 van de Wegenverkeerswet 1994 over te gaan tot bloedonderzoek. Daarnaar gevraagd gaf de verdachte geen toestemming tot bloedafname. Nadat hem vervolgens werd bevolen mee te werken aan het bloedonderzoek, weigerde de verdachte dit. Als reden voor de weigering gaf de verdachte op dat hij bang was voor het prikken met naalden.

De wettelijke uitzondering van artikel 163, zevende lid van de Wegenverkeeerswet 1994 op de verplichting om – na gegeven bevel daartoe – medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek op grond van die wetsbepaling, op welke uitzondering de verdediging kennelijk een beroep doet, is komen te vervallen per 15 maart 2018. Het verweer van de verdediging dat de betreffende verplichting op grond van hiervoor bedoelde uitzonderingsbepaling niet zou gelden voor de verdachte, vindt dan ook geen steun in het recht, zodat het verweer door het hof terzijde wordt geschoven.”

Hieruit kan in ieder geval worden opgemaakt dat de bepaling waar de verdediging een beroep op deed geen bestaand recht meer is.

Hierdoor blijft er alleen een mogelijkheid over op andere algemene strafuitsluitingsgronden, zoals overmacht (ECLI:NL:PHR:2025:1260). De kans van slagen is over het algemeen laag.

Het verweer kan wel worden gevoerd als strafmaatverweer of om een beroep op artikel 9a Sr (schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel) te doen. Daarvoor is wel vereist dat ook medisch komt vast te staan dat er sprake is van een naaldenfobie. Aangetoond moet minimaal worden dat u al bekend bent met een naaldenfobie, bijvoorbeeld via een verklaring van de huisarts of het overleggen van medische informatie waaruit dat volgt.

 

  • Ten slotte heb ik nog een zaak van vorige jaar waarin:

 

The post Weigering bloedonderzoek vanwege naaldenfobie appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/weigering-bloedonderzoek-vanwege-naaldenfobie/feed/ 0
Vrijspraak na verzuim wijzen op consultatierecht advocaat voor stellen vragen over betrokkenheid verkeersongeval https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/vrijspraak-na-verzuim-wijzen-op-consultatierecht-advocaat-voor-stellen-vragen-over-betrokkenheid-verkeersongeval/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/vrijspraak-na-verzuim-wijzen-op-consultatierecht-advocaat-voor-stellen-vragen-over-betrokkenheid-verkeersongeval/#respond Mon, 29 Sep 2025 17:03:03 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4419 We zien het best vaak gebeuren dat bij het verlaten van de plaats van het ongeval de politie bij de kentekenhouder van de auto aan de deur gaan met de bedoeling om vragen te stellen over diens betrokkenheid bij een verkeersongeval. Op zich kan dat wel, maar de politie is verplicht om een verdachte dan […]

The post Vrijspraak na verzuim wijzen op consultatierecht advocaat voor stellen vragen over betrokkenheid verkeersongeval appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
We zien het best vaak gebeuren dat bij het verlaten van de plaats van het ongeval de politie bij de kentekenhouder van de auto aan de deur gaan met de bedoeling om vragen te stellen over diens betrokkenheid bij een verkeersongeval. Op zich kan dat wel, maar de politie is verplicht om een verdachte dan te wijzen op het zwijgrecht en ook het recht op consultatie van een advocaat. Dat volgt uit HR 3 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1781. In die zaak strafte de Hoge Raad een verzuim van de politie om de verdachte op deze rechten te wijzen af. De Hoge Raad overwoog het volgende:

“Wanneer door de politie aan een verdachte gestelde vragen gaan over zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit ten aanzien waarvan hij als verdachte is aangemerkt, is sprake van een verhoor. Op grond van artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) wordt als verdachte aangemerkt de persoon ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dat vermoeden betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. (Vgl. HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:853.)
Op grond van artikel 27c lid 2 Sv moet aan de niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling worden gedaan van het in artikel 28 lid 1 Sv gewaarborgde recht om zich te doen bijstaan door een raadsman. Als dat voorschrift niet is nageleefd, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Sv. Met het oog op de verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geldt dat zo’n vormverzuim, na een daartoe strekkend verweer, in beginsel moet leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen, tenzij de verdachte door het achterwege blijven van die mededeling niet in zijn verdediging is geschaad. (Vgl. HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368.)

2.3.2Het hof heeft het onder 2.2.3 weergegeven verweer verworpen op de grond dat geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit toen de opsporingsambtenaren aan de verdachte op 26 april 2018 in zijn woning vroegen ‘wat hij vanochtend had gedaan’ en – na zijn antwoord dat hij zijn dochter naar school had gebracht – ‘of er ook niet iets was wat zij moesten weten’. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk. Gelet op de omstandigheden, zoals deze blijken uit het door het hof voor het bewijs gebruikte proces-verbaal van bevindingen, dat de verdachte voldeed aan het signalement van de bij het ongeval betrokken bestuurder en dat de opsporingsambtenaren bij hem waren gekomen door de tip dat hij de eigenaar was van de in zijn straat geparkeerde auto – met mogelijke schade aan de voorzijde – die wat betreft merk, type, kleur en het door getuigen waargenomen deel van het kenteken overeenkwam met de bij het ongeval betrokken auto, kunnen de aan de verdachte gestelde vragen niet anders worden opgevat dan als vragen over zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit – kort gezegd: het verlaten van de plaats van het ongeval – ten aanzien waarvan hij als verdachte is aangemerkt.

2.3.3De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

The post Vrijspraak na verzuim wijzen op consultatierecht advocaat voor stellen vragen over betrokkenheid verkeersongeval appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/vrijspraak-na-verzuim-wijzen-op-consultatierecht-advocaat-voor-stellen-vragen-over-betrokkenheid-verkeersongeval/feed/ 0
Ongevalsschade is rechtstreekse schade bij artikel 7 WVW https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/ongevalsschade-is-rechtstreekse-schade-bij-artikel-7-wvw/ https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/ongevalsschade-is-rechtstreekse-schade-bij-artikel-7-wvw/#respond Mon, 29 Sep 2025 16:51:14 +0000 https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/?p=4417 In HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1651 speelde de vraag of ongevalsschade rechtstreekse schade is als bedoeld in artikel 7 WVW, in die zin dat een benadeelde partij van het verlaten van de plaats van het ongeval zich kan voegen in het strafproces en in dat verband schade kan vorderen, bijvoorbeeld na beschadiging van het voertuig. […]

The post Ongevalsschade is rechtstreekse schade bij artikel 7 WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
In HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1651 speelde de vraag of ongevalsschade rechtstreekse schade is als bedoeld in artikel 7 WVW, in die zin dat een benadeelde partij van het verlaten van de plaats van het ongeval zich kan voegen in het strafproces en in dat verband schade kan vorderen, bijvoorbeeld na beschadiging van het voertuig. De Hoge Raad beantwoordt die vraag bevestigend:

2.3Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden als voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of zo’n verband bestaat, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend. Voor het aannemen van zodanig verband is niet vereist dat de benadeelde partij is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd. (Vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, rechtsoverweging 2.3.1.)
Bovendien geldt dat voor vergoeding aan de benadeelde partij overeenkomstig de regels van het materiële burgerlijk recht slechts in aanmerking komt de schade die de benadeelde partij heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige gedragingen van de verdachte, voor zover deze schade op de voet van artikel 6:98 van het Burgerlijk Wetboek aan de verdachte kan worden toegerekend. (Vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, rechtsoverweging 2.4.1.)

2.4Uit de vaststellingen van het hof volgt dat de verdachte een ongeval heeft veroorzaakt doordat hij, tijdens het passeren van een andere auto, tegen de Volkswagen Golf van de benadeelde partij is gebotst, en dat hij de plaats van dit ongeval heeft verlaten. Het op die vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade, waaronder schade aan de Volkswagen Golf, voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden getuigt, gelet op wat is overwogen onder 2.3, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Evenmin is onbegrijpelijk het in zijn beslissing besloten liggende oordeel van het hof dat de schade die de benadeelde partij heeft geleden het gevolg is van de vastgestelde, aan de verdachte toe te rekenen onrechtmatige gedragingen (in het bijzonder: het door de verdachte veroorzaakte ongeval waarbij de auto van de benadeelde partij is beschadigd), een en ander in de hiervoor onder 2.3 bedoelde zin.

The post Ongevalsschade is rechtstreekse schade bij artikel 7 WVW appeared first on Advocaat Verkeersstrafrecht.

]]>
https://www.advocaat-verkeersstrafrecht.nl/ongevalsschade-is-rechtstreekse-schade-bij-artikel-7-wvw/feed/ 0